Posts tonen met het label gedichten. Alle posts tonen
Posts tonen met het label gedichten. Alle posts tonen

dinsdag 2 juli 2013

Huub Beurskens - Het Artisbestiarium

Binnenkort verschijnt hier de recensie van Het Artisbestiarium, maar wil je haar nu al lezen, kijk dan op 8WEEKLY!



Oh, en Literair Weblog De Contrabas vindt er wat van.

Iris Brunia - Laten we mijn lichaam delen


Binnenkort verschijnt hier de recensie van Iris Brunia's Laten we mijn lichaam delenl, maar wil je haar nu al lezen, kijk dan op 8WEEKLY!

vrijdag 3 mei 2013

Diverse Auteurs - DichtSlamRap 2013

DichtSlamRap jubileert

Daar is hij dan: de jubileumeditie DichtSlamRap 2013. Het is hun sterkste slamuitgave tot nog toe.

Elk jaar een bloemlezing van de beste inzendingen, met posterontwerpen van SintLucas-studenten. Het gelijknamige, in Boxtel gesitueerde Poetry Slam bracht negenmaal eerder een bundel uit.

Orpheus
In deze jubileumuitgave zijn niet alleen gedichten van de deelnemers van 2013 opgenomen, maar ook bijdragen van eerdere DichtSlamRap-winnaars. Daarnaast drie stukken over de slamwedstrijd door twee juryvoorzitters, onder wie oud-wethouder van Boxtel Anton van Aert. Ook is de dichter Victor Vroomkoning in de bundel te vinden, betrokkene van het eerste uur.

Vroomkoning schrijft in een korte terugblik over hoe het deelnemersaantal vanaf de eerste wedstrijd in 2002 zich ontwikkelde. Slechts twee dichters stonden toen voor de driekoppige jury. Dat verhinderde niet dat de wedstrijd uitgroeide tot een volume dat volwaardige bloemlezingen kan opleveren. Met zijn eigen dichterlijke bijdrage weet Vroomkoning de aantrekkingskracht van voordrachtswedstrijden mooi te verbeelden:

Orpheus

Is er een meisje in de zaal?
Een meisje heeft haar spraak
verloren. De jonge god die zij
aanbid, voor wie zij op haar
knieën lag, heeft haar verlamd.
Gevreesd wordt voor haar hart.

Dringend verlangd: een zanger
die de woorden op haar lippen
legt waarmee zij aan het god-
delijke raakt. Wie leent zijn
stem, beweegt haar tong, redt
haar uit het Rijk der Lammen,
want lief is zij en mooi maar
buiten zinnen. Wie redt haar
ziel, laat haar beminnen?

Diversiteit
Zoals eerder gezegd zijn in het kader van het jubileum ook eerdere winnaars opgenomen, onder wie Acg Vianen – tegenwoordig juryvoorzitter van de DichtSlamRap –, Sieger Baljon en de Vlaming Jee Kast. Ook Nadine Ancher, Martin M. Aert de Jong en John Schoorl droegen bij. Die laatste komt met zijn prozagedicht één bladzijde na een gedicht dat haast zo mager is als een gedicht van Jan Arends, geschreven door iemand die onder de naam 'Robin' in de bundel kwam.

Het toont de diversiteit van de bloemlezing, die overigens evenwichtiger is dan vorig jaar. Het niveau is hoger: minder gemeenplaatsen, minder geforceerd taalgebruik. Is de DichtSlamRap met tien bloemlezingen volwassen geworden? De populariteit van de wedstrijd steeg en hoe groter het aanbod, hoe scherper een jury keuzes kan maken.

Talentontwikkeling
Dichten doe je vanuit het hart en voor wie nog niet zo ver is dat een eigen bundel in het verschiet ligt, is de publicatie in de bloemlezing een enorme stimulans. DichtSlamRap heeft bijgedragen aan talentontwikkeling. Denk aan Arnoud Rigter met zijn grafische gedichten of Ellen Deckwitz die met haar debuut de C. Buddingh'-prijs won. Of aan de dit jaar met het beeldende Papieren veulens gedebuteerde Hanneke van Eijken. Het zijn dichters die sinds hun deelname stuk voor stuk opmerkelijk sterke bundels gepubliceerd hebben.

Gepubliceerd op 8WEEKLY!

Maria Barnas - Jaja de oerknal

CONSUMPTIEAARDAPPELEN

Maria Barnas, wier debuut de C. Buddingh'-prijs won en die onlangs nog deel uitmaakte van de VSB Poëzieprijs-jury, komt nu met haar derde dichtbundel: Jaja de oerknal, met angst als leidend thema.

Die angst blijkt al uit het motto dat uit The Waste Land afkomstig is. 'What is that sound high in the air / Murmur of maternal lamentation' schrijft T.S. Eliot, 'Who are those hooded hordes swarming'. Helaas lukt het Barnas nauwelijks het krachtige motto te evenaren.

Oerknal, jaja
De angst komt in uiteenlopende gestalten voor. Bij het geven van een lezing, bij de meningen van anderen, angst in vlagen, angst voor de dood enzovoorts. Het toch enigszins geestige titelgedicht verwijst naar de bron van de angst:

Jaja de oerknal hoor ik mezelf zeggen.
Hoe is het mogelijk dat dit in mijn mond past?
Het ontstaan een klont op mijn tong.

Stil. Angst is een zwerm die rust in een boom.
Of zijn het woorden die zich inktzwart
op de takken verdringen. Het is een vorm

van paniek die opwelt in mij en als opvliegende
zwerm uit mijn keel breekt. Het heelal slaat
de vleugels uit. Wij klapwiegen en juichen schril.

Barnas' gedichten zijn vol taalspel, zoals in het geval van die vlagen waarnaar het woord vlaggen verwijst. Knap is het hoe onderwerpen en thema's op subtiele wijze binnen de gedichten terugkeren. Ook de lichtvoetigheid is te prijzen, maar de bij aanvang enigszins eenduidig ogende gedichten kunnen je soms langer bezighouden dan je denkt.

Twee kanten van een medaille
Barnas' debuut Twee zonnen (2003) had gedichten als doffe stoten, als krassen op de huid. Het kende meer rust, Barnas leek behept met een noodzaak die haar mogelijk de C. Buddingh'-prijs opleverde. Die zaken zijn in haar derde bundel niet erg evident. Ja, hij is lichtvoetig, maar neigt naar lucht. Ja, de verweving van thema's en onderwerpen is interessant, maar voelt getrukeerd door de voortdurende repetitie daarvan en het steeds terugkeren van schijnbare tegenstellingen. Een helder voorbeeld van een 'luchtig' gedicht met een paradox is de readymade 'Dilemma':

Consumptieaardappelen staat er op een zak
aardappels die ik kocht bij de supermarkt.
Bewaren: op een donkere, droge plaats
(mag ook in de koelkast).

Een observatie die aan het (te) flauwe grenst. Onduidelijk is wat de toedracht was om dergelijke 'lichtere' gedichten in Jaja de oerknal op te nemen. Neem de zeventien strofen lange opsomming van onderwerpen om angst voor te hebben. Ze is fris noch nieuw.

Kinderen
Of denk aan de lamentatie 'De kinderen', die gaat over het schrijven van een gedicht onder tijdsdruk. 'Nog dertien minuten / nee twaalf' opent het. Want daarop zullen de kinderen tijd opeisen. 'Nog acht minuten voor een meesterwerk' eindigt Barnas, 'of laat het een begin zijn. // Iets wat zo kan klinken'. In plaats van problematiseren, had ze kunnen werken aan een steengoed gedicht, over zeg: kinderen en tijdsnood.

Ook had her en der wat kunnen worden gesnoeid. Het aan Ingrid Jonker opgedragen 'Gesloten hoofd', opent met: 'Ik moet spreken voor mensen'. Natuurlijk spreek je voor mensen. Waren dieren of dingen toehoorders geweest, was vermelding interessanter geweest. Een en ander leidt ertoe dat het hoofdthema van Jaja de oerknal niet ten volste wordt overgebracht. In de bundel ontbreekt diepgang, noodzaak. Stijl is belangrijk, maar wel een die zich verbindt met de inhoud. Voor iemand met zo'n duidelijk talent, is Jaja de oerknal helaas niet meer dan een knalerwtje.

Gepubliceerd op 8WEEKLY!

maandag 4 maart 2013

Dirkje Kuik - 45 gedichten

De medicijnfles korporaal


Ruim vier jaar na het overlijden van graficus, illustrator en schrijver Dirkje Kuik, verscheen eind vorig jaar een heruitgave van 45 gedichten. De gedichten schuren, maar zijn goede gezellen. 

Het is met auteurs die al enige tijd onterecht onder de zoden van de aandacht zijn weggezonken waarschijnlijk zo dat een acute en met enige forte uitgevoerde reanimatie te laat komt. De overledene komt nog een keer omhoog, van bleek naar blauw verschietend, om onder het aanzien van enkele ledige ogen weer in het stof der vergetelheid te zinken.

Dirkje Kuik (Stichting Dirkje Kuik)
Dirkje Kuik (Stichting Dirkje Kuik)
Een achterwaartse vooruitloper
Nee, wellicht is het beter zijn verzen mondjesmaat ter perse te dragen en de bekendheid onder de gelederen op zachte wijze wakker te strelen. Nog voor het overlijden van Dirkje Kuik in 2008 heeft uitgeverij De Hooiwagen van Stichting Dirkje Kuik dit proces in werking gezet met veelal bibliofiele uitgaven die soms van Kuiks etsen vergezeld gingen. Deze heruitgave van 45 gedichten is ongewijzigd, zij het dat op het voorplat van het origineel nog de naam William D. Kuik staat. Enkele jaren na publicatie zou met een geslachtsverandering de naam in Dirkje veranderen.

Hoewel 45 gedichten vanaf de publicatie in 1969 steeds een actuele bundel is gebleven, kent hij een achterwaartse oriëntatie. Kuik schuwt niet om archaïsmen te gebruiken, en lonkt naar verleden en ouderdom. Ze bezingt het verval – een belangrijk thema in haar werk. In een interview in De Volkskrant van 21 februari 1970 zegt de toen nog William hetende Kuik: 'Ik heb de neiging een gebouw tot een ruïne te maken. Maar ik laat altijd iets groeien uit het afval. (…) De begroeiing toont het optimisme: ik heb plezier in verval.' Eigenzinnig is haar werk wel. In een gedicht met twee eindnoten loopt Kuik vooruit op de poëzie Tonnus Oosterhoff, een van de meest innovatieve dichters van dit moment.

Kaartende heren
Wie ooit in het Museum Dirkje Kuik is geweest, zal het idee hebben met de gedichten Kuiks leefwereld binnen te gaan. Wie de bundel openslaat, gaat een rommelige kamer binnen vol bijzondere objecten. Kijk je naar rechts: gedroogde bloemen, een met publicaties en kranten bedekt bijzettafeltje, een asbak, boeken, een schedel. Kijk je naar links:

Nature Morte

Stil eenzelvig oerwoud
voor het bijziend oog.
Verdorde pluimen reizen uit het vuilig
water van het glas.
Terzijde wacht het peloton.
Drie uien, walmlamp, bokking een afgerond bederf,
de resten van een winterjan,
de medicijnfles korporaal.
Een ereprijs in olieverf
van stoffig leven.

Buiten is het graag winter 'als het ijs gemeen blauw ziet, / de wind een feestneus maakt'. Of op zijn minst een late herfst, bijvoorbeeld wanneer een protagonist het door de wind opgejaagde blad ziet en over straat loopt terwijl hij aan de bomen, 'kaartende heren', denkt. Een warm gevoel voor humor kan de dichter(es) niet worden ontzegd.

Dvd
Hoe lang Dirkje nog in ons midden is, is afhankelijk van de inzet van Stichting Dirkje Kuik. Die inzet is vooralsnog tomeloos, zij het ietwat in de luwte van de aandacht van de boekhandel, critici en lezers. Maar er is een trouwe kring van liefhebbers en bewonderaars. Zie daarvoor bijvoorbeeld de met de bundel meegeleverde dvd (die overigens ook op YouTube staat) onder regie van scenarioschrijver Hans Heesen, geproduceerd door hemzelf en dichteres en fotografe Nadine Ancher. Erop staan vijfenveertig dichters, zangers en tekstkunstenaars die vanuit hun liefde voor Kuiks werk haar gedichten hebben voorgedragen.

De opnames vonden veelal plaats in Kuiks huis of op voor haar belangrijke plekken. Voor elk van de voordragers hebben de producenten een voor hen toepasselijk gedicht geselecteerd. Zo wordt niet alleen Kuiks poëzie verlevendigd, maar proeft een goede verstaander eveneens iets van de ziel van de voordagers. Onder hen zie en hoor je naast Gerrit Komrij, Herman van Veen, Charlotte Mutsaers en Esther Jansma, ook minder gepubliceerde dichters, onder wie ondergetekende.

Gepubliceerd op 8WEEKLY.

zondag 17 februari 2013

Henk Ester - Bijgeluiden

Over de bomen lopen van de wind

Henk Ester is met Bijgeluiden een debutant met heerlijk helder taalgebruik en afgemeten teksten. Een denker met een licht romantische inborst.

Een ruime helft van de gedichten in deze bundel is prozaïsch en essayistisch, wat de poëzie een sterk Borgesiaanse inslag geeft. Maar hoewel Ester net als Borges als een denkende dichter kan worden getypeerd, is zijn werk van minder mythische aard.


Het over de bomen lopen van wind
Onderwerpen die Ester in zijn bundel voorbij laat komen zijn eerder cultureel-historisch of poëticaal, of gaan over het tegenwoordig weinig bedichte thema van de muziek – de Poëzieweek van 2013 daargelaten. De soms bezielde beschrijvingen van de natuur roepen zo nu en dan associaties op met de 'bezielde' natuurlyriek van Chr.J. van Geel, zoals in met name de laatste strofe van het onderstaande gedicht.

Stoomorgel

Bijgeluiden
niet gebundeld, ongeletterd
spreken weinig mensen
zeker geen bomen
verwaaien, sterven weg

van exploderende stoomorgels
is zelfs geen ruis gesignaleerd
en van een racevlieg op de hei
heeft niemand iets gehoord

maar

als niemand de ernst langs
lijnen landgewei of hoort
de eik in stemgeluid

als niemand afstand neemt of
hoogte houdt om de luister van
een hei te leren

Dichterlijkere gedichten
De tweede helft van de bundel is 'dichterlijker'. Die gedichten zijn compacter en hermetischer. Sommige daarvan raken helaas wel sterk aan wat doorgaans doorgaat voor poëzie, zoals een gedicht dat bestaat uit reeksen allitererende woorden of één waarin elke strofe begint met een bepaalde frase of woord. Zoals in het gedicht 'Kijken', waarin driemaal het woord 'opkijken' de terzetten aanvoert. Waren deze meer voorspelbare 'rituele' gedichten weggelaten, dan had Bijgeluiden een evengoed stevig, maar imponerender debuut opgeleverd.



Het boeiende aan Bijgeluiden zit mede in de urgentie van deze bundel. Je kunt hem lezen als een pleidooi voor een pas op de plaats, voor het gebruik van je zintuigen en het in je opnemen van de zinnelijke wereld. Het gaat Ester om wat zich buiten onze preoccupaties bevindt: daar ervaar je het gevoel van levend-zijn. Hiermee toont zich een verwantschap met Sybren Polet (genomineerd voor de VSB Poëzieprijs 2013)Met hem heeft Ester overigens ook de omarming van een wetenschappelijke dictie gemeen, al gebruikt Ester die maar zo nu en dan. En ook bij Polet is de natuur een plek waar je het bloed weer door je aderen kunt voelen stromen.


Hoop
De natuur zet Ester naast stedelijke en mechanische werelden. Zo komt zijn thuisbasis Utrecht naar voren uit zijn notoir stinkende kelders en het gesneuvelde middenschip van de Domkerk. Of de gemechaniseerde Maasvlakte: 'Dit is niet gemaakt om gehoord te worden / als lopend godsbewijs'. Net als natuur is ook de cultuur is iets wat zich bezijden onze beslommeringen bevindt, en de dreiging van culturele teloorgang laat Ester evenmin koud:

       Maar wat nu als het kunstmatig brein het denken heeft 
gemarginaliseerd, de Afrikaanse olifant is uitgeroeid,
welluidende melodieën de dissonanten hebben weggevaagd?
Kortom, als er geen redden meer aan is. 
Wie vertelt dan hoe de Romeinen reageerden op de glimlach 
van een saxofonist.
Ester schrijft niet zonder ironie: de sax is van latere tijd. Wellicht tekent deze zin de onwetendheid van latere amper cultureel onderlegde generaties.

Wie leest
over vijfhonderd jaar Lamento van Campert
totaal witte kamer van Kouwenaar,
Yann Andréa Steiner van Marguerite Duras?

De paradox wil overigens dat in maar weinig gedichten in Bijgeluiden niet gerefereerd wordt aan kunstenaars en/of hun werken: daarmee doet Ester niets anders dan die kunst en kunstenaars levend houden. Juist dankzij Esters lamentatie is er hoop.

Gepubliceerd op 8WEEKLY. 

zaterdag 14 januari 2012

W.F. Hermans - Volledige werken 9, Gedichten

Bloed omspoelt het dode paard dat valt

Hinkstapsprongsgewijs verschijnen ze, de Volledige werken van W.F. Hermans. Afgelopen najaar kwam deel 9 uit bestaande uit een genre waarvan veel mensen vergeten dat Hermans het bedreef: poëzie.

Nitroglycerine-gele Singhalese,
mijn scheermessen van edelstaal
worden door naakte negerinnen geslepen.
En onder hun scherpte bezwijkt je schaamhaar
elke ochtend.

Het is de opening van het meest zinnelijke gedicht van Hermans, 'De heilige Maria Juana', dat hij onder het pseudoniem Luís Juana schreef – een Mexicaanse dichter die op 8 juli 1949 bij een straatgevecht omkwam. Het wijkt sterk af van zijn kleine dichterlijke oeuvre.

Ik krijg er maar twee!
Hermans schreef zijn eerste sonnet toen hij nog op de HBS zat, en ondanks dat men hem gezegd had dat het erg moeilijk zou zijn, kostte het hem weinig moeite.Kussen door een rag van woorden (1944), zijn debuut, verscheen nog tijdens WOII en werd in kleine kring verspreid. Net als de drie bundels die erop zouden volgen –Horror Cœli en andere gedichten (1946), Hypnodrome. Gedichten (1948) enOvergebleven gedichten (1968) – verscheen het na de oorlog in een gewijzigde editie.

De auteur gruwelde van onregelmatigheden in zijn eerstelingen. 'Ik zou willen dat alle oude drukken van boeken die in verbeterde vorm herdrukt zijn, als bij toverslag tot stof uiteen vielen, ook al gaat het maar om een komma', aldus Hermans. Omdat hij, slordig als hij zichzelf zag, alle fouten wilde uitbannen, zou hij bij nieuwe publicaties keer op keer om extra drukproeven vragen. In een correspondentie met Van Oorschot schrijft hij:

Hoeveel haast er ook moge zijn, een boekje wordt praktisch waardeloos, wanneer de auteur zelf niet van alles minstens twee proeven heeft gehad […] Joyce had 20 drukproeven nodig, en ik krijg er maar twee!

Een Werther
In Volledige werken 9, Gedichten wordt enorm veel gesnikt, getraand, geweend, gehuild, gejammerd en geschreid; er zijn een tranendoek, druppels, bloedende ogen, longen die verscheurd zijn, trillende lippen en kolkende regen in de oogkassen te over. Deels komt die vochtige stormvloed doordat een groot aantal gedichten verschillende keren opgenomen is – alle van elkaar verschillende drukken vind je in Volledige werken 9 terug. Evengoed zegt dit wateren iets over de aard van het gros van zijn gedichten. 

XIV

Als kleine vogels nestelden je handen
in de bonten mouwen van je mantel.
Fladderden over de breede randen,
Je vingers beurtelings vleugels of halzen,
Je glanzende nagels roze snavels.

Je wimpers waren kleine waaiers,
Die je bezwerend neer kon slaan,
Voor wat je te zeer zou hebben ontdaan,
Of wat in je oogen kon ontstaan.
Maar soms ontgingen hen toch je tranen.

Hoewel Hermans late poëzie, met name de Overgebleven gedichten lichter en geestiger van aard is dan zijn eerdere werk, zijn de gedichten nooit wezenlijk van klankkleur veranderd. Zoals 'XIV' (Kussen door een rag van woorden(1948)) al suggereert, zijn ze sterk romantisch en soms zelfs dweepzuchtig. Zijn gedichten zijn wel vergelijkbaar met die van Ed. Hoornik, die in dat stof waarin hij verzonken is het opzoeken overigens wel waard blijft. Het maakt Hermans een soort Werther die zich nog net niet van kant maakt, zoals hij de puberale inborst in zijn gedichten opvoert. Je zou willen dat hij meer zinnelijke verzen had geschreven in de trant van 'De heilige Maria Juana'.

Straattoneel
In een brief aan de literator R.A. Basart zou Hermans aan zijn dichten terugdenken:

Soms heb ik het gevoel dat deze gedichten, vooral de oudste, niet door mijzelf geschreven zijn, maar door een door mij verzonnen romanfiguur uit een roman die in de pen gebleven is. Of misschien wel uit de pen gekomen is, minus het dichterschap van de hoofdpersoon.

Dat Hermans' poëzie echter nog courant is, komt door het alledaagse taalgebruik. Dat geldt vooral voor de gedichten met een licht surrealistische inborst. Met name 'Straattoneel' staat als een huis:

Te steil die brug. De voerlui slaan het paard
Met ijzren buizen galmend op de rug.
De moeder ijlt haar dochter na op straat,
Een mes valt als een noodkreet uit een raam.
Te steil die brug. Van olie glanst het asfalt
En bloed omspoelt het dode paard dat valt.
Het mes staat siddrend in een dorre boom.
Er klinken schoten ergens onder mij.
Er rijdt een priester op een fiets voorbij.
Aan 't kruispunt weet hij verder niet te gaan.
(Twijfel is een rood licht waarvoor hij remt.)
Hij blijft met uitgestrekte armen staan.

Zodat van ver, hij op de Heiland lijkt
En dichtbij, op een verkeersagent.

Het gedicht is afkomstig uit Hypnodrome (1948) en zal in Overgebleven gedichten(1968) in licht gewijzigde vorm terugkeren. Minder sterk, met name doordat het mes daar uit het raam 'vliegt', waardoor het schrikmoment ietwat wordt getemperd. Zou er echter maar een gedicht van Hermans overleven, laat het dan dit gedicht zijn.

Gepubliceerd op 8WEEKLY!