Posts tonen met het label debutant. Alle posts tonen
Posts tonen met het label debutant. Alle posts tonen

zondag 17 februari 2013

Henk Ester - Bijgeluiden

Over de bomen lopen van de wind

Henk Ester is met Bijgeluiden een debutant met heerlijk helder taalgebruik en afgemeten teksten. Een denker met een licht romantische inborst.

Een ruime helft van de gedichten in deze bundel is prozaïsch en essayistisch, wat de poëzie een sterk Borgesiaanse inslag geeft. Maar hoewel Ester net als Borges als een denkende dichter kan worden getypeerd, is zijn werk van minder mythische aard.


Het over de bomen lopen van wind
Onderwerpen die Ester in zijn bundel voorbij laat komen zijn eerder cultureel-historisch of poëticaal, of gaan over het tegenwoordig weinig bedichte thema van de muziek – de Poëzieweek van 2013 daargelaten. De soms bezielde beschrijvingen van de natuur roepen zo nu en dan associaties op met de 'bezielde' natuurlyriek van Chr.J. van Geel, zoals in met name de laatste strofe van het onderstaande gedicht.

Stoomorgel

Bijgeluiden
niet gebundeld, ongeletterd
spreken weinig mensen
zeker geen bomen
verwaaien, sterven weg

van exploderende stoomorgels
is zelfs geen ruis gesignaleerd
en van een racevlieg op de hei
heeft niemand iets gehoord

maar

als niemand de ernst langs
lijnen landgewei of hoort
de eik in stemgeluid

als niemand afstand neemt of
hoogte houdt om de luister van
een hei te leren

Dichterlijkere gedichten
De tweede helft van de bundel is 'dichterlijker'. Die gedichten zijn compacter en hermetischer. Sommige daarvan raken helaas wel sterk aan wat doorgaans doorgaat voor poëzie, zoals een gedicht dat bestaat uit reeksen allitererende woorden of één waarin elke strofe begint met een bepaalde frase of woord. Zoals in het gedicht 'Kijken', waarin driemaal het woord 'opkijken' de terzetten aanvoert. Waren deze meer voorspelbare 'rituele' gedichten weggelaten, dan had Bijgeluiden een evengoed stevig, maar imponerender debuut opgeleverd.



Het boeiende aan Bijgeluiden zit mede in de urgentie van deze bundel. Je kunt hem lezen als een pleidooi voor een pas op de plaats, voor het gebruik van je zintuigen en het in je opnemen van de zinnelijke wereld. Het gaat Ester om wat zich buiten onze preoccupaties bevindt: daar ervaar je het gevoel van levend-zijn. Hiermee toont zich een verwantschap met Sybren Polet (genomineerd voor de VSB Poëzieprijs 2013). Met hem heeft Ester overigens ook de omarming van een wetenschappelijke dictie gemeen, al gebruikt Ester die maar zo nu en dan. En ook bij Polet is de natuur een plek waar je het bloed weer door je aderen kunt voelen stromen.


Hoop
De natuur zet Ester naast stedelijke en mechanische werelden. Zo komt zijn thuisbasis Utrecht naar voren uit zijn notoir stinkende kelders en het gesneuvelde middenschip van de Domkerk. Of de gemechaniseerde Maasvlakte: 'Dit is niet gemaakt om gehoord te worden / als lopend godsbewijs'. Net als natuur is ook de cultuur is iets wat zich bezijden onze beslommeringen bevindt, en de dreiging van culturele teloorgang laat Ester evenmin koud:

       Maar wat nu als het kunstmatig brein het denken heeft 
gemarginaliseerd, de Afrikaanse olifant is uitgeroeid,
welluidende melodieën de dissonanten hebben weggevaagd?
Kortom, als er geen redden meer aan is. 
Wie vertelt dan hoe de Romeinen reageerden op de glimlach 
van een saxofonist.
Ester schrijft niet zonder ironie: de sax is van latere tijd. Wellicht tekent deze zin de onwetendheid van latere amper cultureel onderlegde generaties.

Wie leest
over vijfhonderd jaar Lamento van Campert
totaal witte kamer van Kouwenaar,
Yann Andréa Steiner van Marguerite Duras?

De paradox wil overigens dat in maar weinig gedichten in Bijgeluiden niet gerefereerd wordt aan kunstenaars en/of hun werken: daarmee doet Ester niets anders dan die kunst en kunstenaars levend houden. Juist dankzij Esters lamentatie is er hoop.

Gepubliceerd op 8WEEKLY. 

zaterdag 2 mei 2009

Sylvie Marie - Zonder

EEN INTERESSANT DEBUUT


Het meest interessante slag dichters is de debutant. Je weet als lezer immers nooit helemaal wat je kunt verwachten. Dat is dan gelijk de reden waarom veel mensen hun literatuur schuwen; de meesten zijn geen avonturiers, maar gewoontedieren die de behaaglijkheid van het bekende boven het terra incognita verkiezen. Maar zonder debuten geen oeuvres en zonder Sylvie Marie geen Zonder. Een nieuwe debutante dient zich aan.

Sylvie Marie is bijzonder actief in het literaire circuit. Als poëziecoördinator vanMeander en als redacteur van Deus ex Machina is ze goed ingevoerd in de literaire voorhoede. Haar gedichten waren al in verschillende bladen, waaronder Het liegend konijn, de Poëziekrant en De Brakke Hond, te lezen.

Het ontbreken
Het werk van Sylvie Marie is inhoudelijk divers. Ze vertelt anekdotes, een jeugdrelaas rondom, zet bijzondere momenten neer en is soms expliciet intertekstueel, bijvoorbeeld wanneer ze in een gedicht alludeert op het sprookje van Doornroosje. Nagenoeg altijd is sprake van een 'ik' en een 'jij' en inderdaad, zoals de tekst op het achterplat belooft, ontbreekt er  altijd wel iets – en vaak heeft dat te maken met die ander. Het titelgedicht illustreert dat:

zonder
die morgen tref ik woorden aan tussen de lakens,
ze prikken als stukjes spiegel waarin een schim
weerkaatst. ik lees:

ik ben weg, neem niets mee behalve
de geur van je haren, de zachtheid van je wangen,
de smaak van je lippen. de hond

op straat leidt me
af en ik staar naar het raam. nooit zag het ochtendlicht
er zo vaal uit, had het gordijn zo weinig kracht.

het was de eerste keer dat het niet opbollend
in mijn haren snoof, mijn wangen streelde,
me goedemorgen zoende.

Het gedicht laat geen twijfel bestaan over wat er aan de hand is: de geliefde is voor dag en dauw vertrokken. De kracht van 'zonder' schuilt niet alleen in het antipodische karakter van dit gedicht, zoals in het liefdevolle, poëtische afscheid van het tweede terzet ten opzichte van de murwe leegte die achterblijft bij de protagonist in de laatste terzetten, maar ook in het sublieme gebruik van enjambementen.

Enjambementen
Het meest opvallende en geestigste enjambement van dit gedicht valt aan het einde van het tweede terzet. Allereerst zorgt het voor meerduidigheid. 'de hond' slaat nu zowel op de steels vertrokken geliefde als op de hond buiten. Daarnaast geeft het precies het gevoel weer van de protagonist: woede, verslagenheid, verdriet en gemis komen dankzij dit enjambement samen. De daarop volgende, eveneens door een enjambement beknotte, regel voegt daaraan nog iets toe: de afwezigheid van gevoel. Het gevoel van leegte van de ik-persoon is valt misschien zelfs wel samen met zijn/haar andere gevoelens.

Hoewel je in een sommige gedichten een enkel ruw randje kan aanwijzen, zoals her en der een lichte neiging tot abstractie, is de bundel over het geheel genomen een interessant debuut. Silvie Marie laat treffende beelden, mooie observaties en een scherpe vormgeving samenkomen. Het zou jammer zijn dit voorjaar zonder te zitten.

Gepubliceerd op 8WEEKLY