Posts tonen met het label bloemlezing. Alle posts tonen
Posts tonen met het label bloemlezing. Alle posts tonen

dinsdag 6 maart 2012

DichtSlamRap Boxtel

Jonge goden, vrouwen met jurken



Wie DichtSlamRap 2012 openslaat loopt het gevaar ongekend talent tegen te komen. De bundel biedt zicht op nieuwe lichting 
dichters.


Jaarlijks organiseert DichtSlamRap te Boxtel een poetry slam die 
gepaard gaat met een posterontwerpwedstrijd. Ook bij deze 
negende editie belanden alle meedingende dichters de bundel. 
De poster siert de omslag. Bovendien staan in de bundel een 
vijftal kunstwerken die op de gedichten zijn geïnspireerd.

Posterontwerp van Adrie Stanziani
Posterontwerp van Adrie Stanziani
Slamgedichten

DichtSlamRap 2012 is op te vatten als een bloemlezing. Om 
aan de slam en de bundel te kunnen deelnemen zonden 
de dichters twee ongepubliceerde gedichten in. De jury van 
dit prachtige initiatief bestaat uit dadadichter ACG Vianen, 
dichter/performer Maarten Gulden en organisator/journalist 
Marcel Linssen. Van light verse tot geëngageerde occupypoëzie, 
de ingezonden gedichten voldoen allemaal aan een gedegen
interne consistentie.

Anders dan de meeste bloemlezingen zijn in DichtSlamRap 2012 
voornamelijk slamdichters opgenomen. Dat maakt dat je van 
kaft tot kaft rijp, maar vooral veel groen tegenkomt. Bekendere 
namen als Ellen Deckwitz en Arnoud Rigter staan tussen 
dichters die men vooral uit de 'scene' kent, zoals Ellen Vedder
Saskia van den Heuvel en Nadine Ancher. Bovendien kom je 
onbekend talent tegen, zoals de veelbelovende Nic Castle:

Dag, Straat, Zonlicht

Rokend en rouwend liep ik je omver.
Zwart op zwart en ogen felblauw. Ik riep nog:
kijk naar me!, maar als een figurant onder
eigen regie keek je ergens zonder mij, en

ik liep je omver. Viel er toen zelf achteraan.


Ik kneep mijn ogen veilig voor het felle geel,
hoorde een vloek. Mompelde iets betekenisloos.

Je kwam
als silhouet

in mijn gezichtsveld overeind. Loop maar door,
zei ik. Je boog voorover, pulkte met
grote, iets te ruwe vingers, een peuk
uit mijn haar. Toen liep je weg.


Posterontwerp van Lianne van Tartwijk
Posterontwerp van Lianne van Tartwijk
Maar ook internationaal
Dat een goed deel van de 35 dichters nog wat nat achter de 
oren is, maakt dat je soms sleetse beelden en taalgebruik 
tegenkomt. De Eindhovenaar Willem Adelaar, die even 
mager 'praat' als Jan Arends (!), glijdt uit met een aantal zeer 
symbolische rozen. Elders in de bundel komt iemand niet 
weg met het woord 'harteklop'. Wellicht dat zulke gemeenplaatsen 
op de slampodia overeind blijven, op papier lukt dat niet. 
Geforceerd is ook de bijdrage van de winnaar van de 
DichtSlamRap 2011, Philip Meersman. De op de podia bij vlagen 
pathetische, maar overweldigende voordrachtskunstenaar bracht 
een sterretje in, een klein kruis en een met een stift geplaatste 
rode veeg. De gezochte verwijzing naar een werk van 
de Russische minimalistische dichter Vasilisk Gnedov is een 
anachronisme dat visueel-inhoudelijk geen dialoog aangaat met 
de hedendaagse (figuratieve) poëzie.

Net als DichtSlamRap 2011 staat in de bundel van 2012 een bijdrage 
van de Zuid-Afrikaanse Floris Brown. Internationaal wordt het ook bij 
Hanneke van Eijken. Met haar gedicht trotseert ze de tijdsgeest en 
bezingt Europa. Door gedichten als deze in de bloemlezing 
op te nemen, positioneert DichtSlamRap zich, gewild of ongewild, 
ten faveure van tolerantie. De wraak van goden is van alle tijden.

Op de rug van een stier

Iemand zei dat Europa niets meer is
dan een grillige vlek op een wereldkaart
zonder te beseffen dat de wraak van goden
van alle tijden is

dat Europa vele metamorfoses kent
zij is een eiland in de Indische oceaan
een maan bij Jupiter
zevenentwintig landen die als koorddansers
in evenwicht
proberen te blijven
er leven godenkinderen die vergeten zijn
wie hun vader is

Europa is een vrouw met een kast vol jurken
ze houdt er niet van om een vlek genoemd te worden
over wraak van goden en vrouwen
met jurken
kun je beter niet lichtzinnig doen.

zondag 24 april 2011

Yves T'Sjoen (red.) - De tegenstrijdige generatie. Dichters van de jaren zeventig

Om te openen in de trant van een recente kritiek van de nieuwe Brouwers door Marja Pruis in de Groene Amsterdammer: ik denk niet dat het heel moeilijk is om een enthousiaste, intelligente recensie te schrijven van de bloemlezing van Yves T'Sjoen De tegenstrijdige generatie. Dichters van de jaren zeventig.
Er is namelijk veel te zeggen over de bloemlezing. Maar eerst: hoe ziet deze eruit? Opgenomen is een greep uit de Vlaams/Nederlandse (babyboom) generatie dichters tussen grofweg de Zestigers en de Maximalen. Het zijn dichters die volgens T'Sjoen (1966), docent moderne Editiewetenschap en moderne Nederlandstalige literatuur te Gent, in de loop van hun carrière de aandacht van de kritiek verloren. Zij werden geboren tussen 1944 en 1954 en debuteerden tussen 1968 en 1984. Opmerkelijk aan de bloemlezing is dat de dichters zelfstandig en op uiteenlopende wijze hun gedichten selecteerden. Hierover later meer.
Geen (tegenstrijdige) generatie
'De gemeenschappelijke karakteristiek die deze dichters verbindt, is dat ze met zijn allen weigeren een generatie te vormen' schrijft T'Sjoen in zijn wollige inleiding. Maar waarom dan een bloemlezing samenstellen? Hierop geeft de auteur geen antwoord. Daarnaast ontbreekt een steekhoudende argumentatie bij zijn keuze voor de zeventien opgenomen dichters.
Zo blijft onduidelijk waarom hij geboortejaren van de dichters van belang acht. T'Sjoen claimt dat het hem om de generatie van de jaren zeventig gaat, maar het is een blijk van willekeur dat sommige dichters voor 1970 en na 1980 gedebuteerd blijken te zijn. Als je toch met de Franse slag selecteert, had Anneke Brassinga (1948, debuut 1987) evengoed opgenomen kunnen worden; onbeargumenteerd blijft waarom niet voor andere dichters is gekozen. Waar T'Sjoen in zijn inleiding zelf achter komt, is dat impopulariteit bij de kritiek geen criterium is: Nolens en Gerlach bleken ruim besproken – wat overigens ook geldt voor Stefan Hertmans, Hester Knibbe en Willem Jan Otten.
Draak van een inleiding
Mogelijk komt het doordat Uitgeverij Meulenhoff geen literair redacteur meer in dienst heeft, want beter dan in Stem en tegenstem (2004) en De gouddelver(2005) slaagt T'Sjoen erin tot in het uiterste te verhullen wat hij bedoelt. Zo gebruikt hij in de inleiding de woorden 'nieuwrealistische' en 'neorealisme'. Hebben deze woorden beide betrekking op dezelfde concept? Zo ja, waarom die afwijkende schrijfwijze?
De wereld is oneindig complex, maar T'Sjoen weet hem nog veel ingewikkelder te maken. In plaats van de 'onbekommerde poststructuralist' uit te hangen had hij het lef moeten hebben positie te kiezen en zijn keuzes te motiveren. Zijn inleiding had hij beter kunnen indikken tot: 'De opgenomen dichters heb ik gekozen omdat ik hun werk/hen (voorkeur te omcirkelen door T'Sjoen) leuk vind en omdat ze naar mijn zin maar weinig in de kritieken besproken worden. Toen duidelijk werd dat ik met mijn selectiecriteria erg vluchtig en ondoordacht te werk ben gegaan omdat bleek dat verschillende dichters wel degelijk veel aandacht kregen van de kritiek, heb ik mijn koers niet gewijzigd. Ik vreesde Nolens aan een volgende drankstuip te helpen en zag de nagels van Gerlach al in de lak van mijn auto. Omdat het samenstellen van de bloemlezing mij verveelde, heb ik de dichters gevraagd zelf gedichten aan te dragen.' Het had een paar bomen gespaard.
Domper voor de dichters
Het moet toch beetje lullig zijn om in deze bloemlezing te staan. Ten eerste krijgen de dichters de reputatie slecht opgepikt te worden door de kritiek. Door de keuze voor de gedichten uit handen te geven ontbreken ten tweede overkoepelende (kwaliteits)criteria. Dat is vooral vreemd omdat T'Sjoen de dichters 'hun plek' wil geven. De dichters kregen een eigen plek toegewezen en ongearticuleerd blijven hun eigen selectiecriteria. Zodoende slaat deze 'generatiebloemlezing' de plank mis: er wordt geen overzicht geschapen. Ten derde wordt hun werk door de bunker van T'Sjoens inleiding gevrijwaard van lezing. Nu ja, misschien zijn er twintig mensen te vinden, dichters en recensenten incluis. Het gaat dan ook niet om kwantiteit, maar om kwaliteit.
Gepubliceerd op 8WEEKLY

vrijdag 25 september 2009

Henk van Zuiden - Dicht! De beste poëzie, slamdichters en rapteksten

DRIE TEKORTKOMINGEN, YOU'RE OUT!


In de wereld van de poëzie wordt om de haverklap gebloemleesd. Komrij wist wel raad met zijn 2000 en enige gedichten van de Nederlandse Poëzie van de 19e en 20ste eeuw, Chrétien Breukers leverde in 2007 een vergelijkbaar staaltje met dichters vanaf de jaren tachtig, waarbij niet alleen gepubliceerde dichters werden opgenomen, maar ook 'internetdichters'. De rij bloemlezers lijkt oneindig: Erik Jan Harmens, Ruben van Gogh, Rob Schouten, Rogi Wieg en ga zo maar door. Nu is het de beurt aan Henk van Zuiden, met Dicht! De beste poëzie, slamdichters en rapteksten.

Toegegeven, de (onder)titel van deze bloemlezing is niet een van de gelukkigste, want in tegenstelling tot wat hij vermeldt, vindt u in de bloemlezing naast de poëzie en rapteksten geen weldoorbloede slamdichters. Als u nu net zat te wachten op slamdichters, nat van plankenkoorts en rillend als het bundeltje poëmen dat ze vasthouden, weet u nu al dat u de pocket beter kunt laten liggen. Zoekt u ze in dat geval maar in het wild, in die nachtelijke burelen van het woord. Wat zult u daar aantreffen?

Weinig rap maar wel gedichten
Sterretjes, heel veel sterretjes. Wie eens naar een Poetry Slam is geweest, heeft ze op zijn netvlies: de enthousiaste bundelloze dichters die in wedstrijdvorm hun beste gedichten op de beste manier voordragen. In een aantal rondes wordt daar een winnaar uitgekozen. Die winnaar gaat naar de jaarfinale en als die gewonnen wordt naar het NK Poetry Slam, dat in Utrecht door het Poëziecircus georganiseerd wordt. Daar lonken de wereldkampioenschappen! Daar riekt het naar onsterfelijke roem! Roem! Maar nee, in deze bundel geen slamdichters. Wel veel begrijpelijke en grappige gedichten die ondermeer door dichters uit het slamcircuit zijn geschreven (en daar bovendien niet misstaan).

Omdat bij bloemlezingen de kwaliteit van de titel natuurlijk ondergeschikt is aan de keuze van de teksten, wordt het tijd die eens onder de loep te nemen. De inhoud van Dicht! kenmerkt zich door grote en gemêleerde selectie gedichten en een zeer beperkt aantal rapteksten. Van die laatste categorie zijn er maar een karige vijf opgenomen, zes als je Ingmar Heytze's 'Short rap' meerekent. Het tekent de voorkeur van Van Zuiden: het is hem om de gedichten te doen, wat, vanuit het perspectief van een rapper, teleurstellend is. Dit is, naast de onhandige titel, een tweede tekortkoming van de bloemlezing.

Gehannes met de marges
De meeste gedichten in Dicht! zijn toegankelijk en grappig. Als de gedichten niet grappig zijn, zijn ze meestal wel geestig. En als ze gespeend zijn van enige geestigheid, zijn ze nog altijd begrijpelijk. Ze zullen bij jongeren, de doelgroep vanDicht!, over het algemeen wel in de smaak vallen. Bovendien zijn het gedichten die het bij de voordracht vaak goed doen. Op de NK Poetry Slam winnaars De Woorddansers en Sven Ariaans na, staan alle NK Slam-winnaars in de bundel. Ook Tjitske Jansen, die tot dichterlijke wasdom kwam in de wereld van de Poetry Slam, vindt de lezer erin terug. Daarnaast staan er gedichten van Hans Dorrestijn, Ted van Lieshout en Huub van der Lubbe in de bundel.

Met enkele gedichten is de lezer langer onderweg: Gerrit Kouwenaar is daar bij uitstek een goed voorbeeld van. Van hem is 'a happy childhood' opgenomen, afkomstig uit de bundel Totaal witte kamer (2003). Het is zonder meer terecht dat Kouwenaars poëzie, waarvan elke letter op zijn plek valt, een plaats in de bundeling heeft gekregen. De invloed die Kouwenaar gehad heeft op de Nederlandse poëzie is immens. 'Veel Nederlandse poëzie is verkouwenaard, hoor je wel eens zeggen', stelde Gerrit Komrij in 2000 nog maar eens vast. Het is dan ook erg jammer dat een derde tekortkoming zich juist bij deze dichter openbaart: de vorm van het gedicht is danig veranderd. Oorspronkelijk heeft het gedicht vier distichons (een tweeregelige strofe), maar in Dicht! Is het tweede distichon in een terzet (drie regels) veranderd.

Poëzie zou geen concessies moeten doen aan de marges die een uitgever zijn publicaties oplegt. Gezien de grote inzet die Van Zuiden tot nog toe heeft getoond voor de letteren en de poëzie in het bijzonder – denk bijvoorbeeld aan de Windroosreeks, waarvan hij uitgever is – zou je iets anders verwachten. Dat is erg jammer. De schamele vijf euro die de bundel kost, is zo wel erg goedkoop.

Gepubliceerd op 8WEEKLY