dinsdag 14 januari 2014

Juli Zeh - Briefroman

Wasbeurt voor je bovenkamer

Je zou kunnen zeggen dat Juli Zeh de Zadie Smith van Duitsland is. Zeh is auteur van geestige en maatschappijkritische romans. Die romans verschieten nogal eens van kleur: soms is het literatuur, soms is het meer spanning te noemen – steeds lijkt het alsof ze iets nieuws wil proberen. Ze kan soms ongewone personages opvoeren die toch volstrekt geloofwaardig zijn en haar taalgebruik is trefzeker.
Zeh publiceert in hoog tempo. Sinds 2001 staan er elf publicaties op haar naam, waaronder een kinderboek en een theatertekst. Al vanaf het prille begin valt ze op: voor haar debuut kreeg ze de Deutsche Bücherpreis en recentelijk ontving ze zowel de Thomas Mann Preis 2013 als de Hoffmann-von-Fallersleben-Preis 2014 (eerder ontvangen door Nobelprijswinnares Herta Müller).
Met Briefroman is Juli Zeh opnieuw een nieuwe weg ingeslagen. Anders dan in de geijkte briefroman zijn de brieven gericht aan diverse ontvangers: haar uitgever, een vriend die ze ‘Oude Zweed’ noemt, een vriendin Wanda en allerlei instanties. De brieven- schrijver is Zeh zelf. De schrijfster krijgt van de Goethe-Universität in Frankfurt am Main een uitnodiging om als gastdocent over haar poëtica of schrijfkunst te spreken. Ze slaat het aanbod op scherpe maar ludieke manier af, te druk als ze het heeft met het schrijven van ‘romans, theaterstukken, essays, draaiboeken, e-mails, belastingaangiften, dagboeken en boodschappenbriefjes.’ Aan haar uitgever schrijft ze:
Beste uitgever van me, Vergeet het maar. Geen sprake van. Je bent of schrijver, of je bezit een poëtica. Ik ben toch niet mijn eigen keuzevak Duits? Mij niet gezien. –Liefs van je schrijver.
 ‘De geestige brie ven aan een papierafvalinstantie brengen vooral lucht in het verhaal.’


Maar als ze gaandeweg haar afwijzing van de uitnodiging in andere brieven onderbouwt, krijg je alsnog onbedoeld een kijkje in haar schrijverschap. Onbedoeld kan je natuurlijk zonder problemen tussen haakjes lezen, want zonder dit steeds terugkerende onderwerp zou de roman zich wellicht in de veelheid van onderwerpen en briefontvangers hebben verloren.
De roman is doorvlochten met meer draden. Sommige zijn essentiëler dan andere voor de gang in het boek, maar allemaal zijn ze de moeite waard. De geestige brieven aan een papierafvalinstantie met als doel een extra papiercontainer te krijgen brengen vooral lucht in het verhaal. De brieven over een roman die Zeh in Briefroman begint te schrijven worden allengs even belangrijk als de afwijzing van het gastdocentschap. Sterker nog, de personages lijken de andere brieven te infiltreren. Het schrijfproces van de roman die Zeh begint te schrijven opent met een personage dat in het begin van de roman Bernd Tragel heet. Later ziet ze in het openbaar vervoer een bloedmooie vrouw die ze eveneens in haar verhaal wil betrekken. Deze vrouw noemt ze Alice. Als Zeh de Oude Zweed over haar ontmoeting met Alice schrijft, vertelt ze gelijk wat over dat personage. Bijvoorbeeld dat Alice de neiging heeft de lezer aan te spreken, of dat als ze de Oude Zweed zou schrijven, ze hem nog met u zou aanspreken aangezien ze hem nog niet zo goed kent. en inderdaad, in een brief die door Zeh geschreven lijkt, wordt de Oude Zweed opeens aangesproken met ‘u’.
Juli Zeh heeft weer een bijzonder boek gemaakt. Het valt in de lijn van het eerder in de Boekenkrant besproken De gewichtlozen van Valeria Luiselli of het relatief recent verschenen en nog niet vertaalde Dept. of Speculation van Lynn Berger. Deze boeken zijn stuk voor stuk fragmentarisch van aard – van korte adem, zoals Luiselli schrijft. Briefromanverschilt van de hiervoor genoemde romans door de intellectuele diepgang die zij bezit. Het maakt de roman niet ingewikkeld of hoogdravend. Briefroman is eerder te zien als een autowasbeurt: de bovenkamer komt als nieuw weer te voorschijn, glanzend en fris; je kunt er na lezing mee aankomen.
Gepubliceerd op de Boekenkrant!

woensdag 20 november 2013

Tijd/schrift - Versal 11



Tijd/schrift: Jeremiah's Big Fucking Hammer

Versal 11 is uit. Het is zomer en het jaarlijkse raam op de foothills van de Noord-Amerikaanse literatuur staat wijd open.

De in de hoofdstad gevestigde literaire organisaties kunnen voor het ommeland een hoog grachtengordelgehalte hebben. Ook het in Amsterdam vervaardigdeVersal ontkomt in het veld niet aan dat stigma, maar in de elfde jaargang vind je daarvoor weinig ondersteuning.

Namedropping
Versal werd in 2002 opgericht door het internationaal georiënteerde, zelfgefinancierde wordsinhere. Zij voorzagen in de behoefte aan een transnationaal literair netwerk en beoogden de stimulering van de ontwikkeling van auteurs en de ondersteuning van hun schrijfwerk. Dit spreekt ook uit het type auteur dat je in het tijdschrift tegenkomt: underground, maar upcoming. Bekende Noord-Amerikanen als Dave Eggers of James Salter mogen dan ontbreken, het niveau is hoog. Onder de schrijvers vind je heel wat prijsfinalisten, ontvangers van stipendia en enkele laureaten.

Wie van goede literatuur houdt en op feestjes gesprekspartners het licht ongemakkelijke gevoel wil geven iets gemist te hebben, kan er dus goed aan doen om zo nu en dan en passant een naam uit Versal te droppen. In het bijzondere geval dat toch iemand reageert met: 'Christopher Rosales uit Boulder, de drievoudige winnaar van Center of American West's writing award? Darling, I love him! En ken je die prachtige bookshop daar?' volgt onvermijdelijk totale verliefdheid.

Poëzie
Op een tekst als van Rosales en een enkel experimenteel gedicht na, bevat Versal 11 een redelijk evenwichtige verdeling tussen proza en poëzie, waarbij de nadruk op verstaanbare, verhalende teksten ligt. Het ook vormelijk interessante 'A Noiseless owl' van Travis Cebula is weliswaar weinig narratief, maar de helderheid geeft wel iets van Versals poëtica te verstaan:

feathers   in   grass.    fingers   reach
out  for  the  white  deep  down.   no
one    was    ever    meant    to    see.
intimate.    exised     into    a    spent
river      of      violence.      blood    or
narration.    either   way.   sometimes
this  is  all  a   bent   head   will   yield.
some  fences  are  built  to  keep  the
dead    in     a     field.      should    we
maintain    a    nest    for    something
dragged    away     by    night.    what
then.  what  do  we  carry  if   all   we
get is this handful.

BFH
Het sterkste proza is BFH van Tracy O. Connor, dat in de verte doet denken aan Capote's beklemmende 'Tree of Night'. 'Jeremiah's Big Fucking Hammer swings from his hand, matching his strides walking the side of the highway', opent het. Het is heet in deze woestijnachtige omgeving en zijn vrachtwagen staat mijlen terug met pech langs de weg. Dan biedt een mooie vrouw hem, prachtig beschreven, op tergende wijze een lift aan:

'Any chance you're heading towards Old 66? ' 'Well I don't know.' Her fingers sit the steering wheel like birds on a wire. 'That depends.' He watches them fly up to her mouth, her left ear, the back of her neck, the hair bending on her shoulders. Her nails are lavender, or blue, the color shifting in the angle of sun.

Alleen als hij iets moois benoemt mag hij mee; maar wat hij ook aandraagt, het is niet goed genoeg. De spanning tussen de personages groeit, net als tot het einde toe de dreiging van geweld die uiteindelijk de zweem van erotiek overstemt.

Beeld
Het blad heeft een vette omslagfoto. Een poon(?) met een mensenlijk gebit, naar verluidt een speciaal voor Versal gemaakte foto. Het her en der opgenomen beeld bestaat vooral uit fotografie. Sommige foto's zijn abstracte collages, op andere hangen tweedimensionele papieren poppetjes lui aan of in het zwembad. Van Maria Aragon is werk opgenomen dat een kruising lijkt tussen Rineke Dijkstra en het late werk van Erwin Olaf.

Naast fotografie vind je enkele tekeningen, waaronder twee warme en intrigerende naïeve van Margot Holtman. Maar net als Aragons werk is het jammer dat het uit 2011 stamt. Een literair tijdschrift zou er goed aan doen om nieuw werk te stimuleren. Het mag de pret niet drukken. Meenemen op vakantie!

Gepubliceerd op 8WEEKLY!

Tijd/schrift - Das Magazin, Het jong

Tijd/schrift: De Linda van de Nederlandse letteren

Het jonge Das Magazin is een enthousiaste ode aan de literatuur, liefkozend de 'Linda van de Nederlandse Letteren' genoemd', aldus www.dasmag.nl.

Die karakterisering als 'glossy' sluit aardig, al ontbreekt de hoogglans van de bladzijden, net als Linda overigens. Het lijkt ziet er in ieder geval ganz geil uit.  

Berlijns glossygevoel
Het glossygevoel doet – overigens geheel anders dan Terras 04 Berlijn – Berlijns aan: retrovoorplat uit het Prentenboek van Tante Pau, verschillend gekleurde katernen en mooi beeld. Inhoudelijk is het blad eveneens wat glossy: zoals de beeldrijke rubriek 'Het werkkabinet', die een weerslag is van een leuk gesprek met een auteur in zijn werkkamer. Ditmaal met Charlotte Mutsaers: lectuur met gelukkig veel leuke foto's, onder andere van haar hond.

Glossy is ook de 'De schone lei', een voortdurende briefwisseling tussen Jan Jaap van der Wal en Daan Heerma van Voss, dat het als literaire bijdrage vooral goed zou doen in de FHM. Glossy zijn de jolige uitgelichte quotes in de tekst, zoals 'Ik zal nooit de Lionel Messi onder de rokers (Henk Hofland) of onder de bewoners (Cosmo Kramer) worden' uit een verder sterk Kousbroek-essay van de enigszins citeergrage Jan Postma over onzekerheid, inertie en het maken van keuzes, dat zich graag laat herlezen.

Kinderen doden kinderen 
Das Magazin doet deels denken aan De Groene Amsterdammer, een van de sponsors van het tijdschrift. De journalisten van beider tijdschriften doen aan kruisbestuiving, zo blijkt uit bijdragen van Joost de Vries (over zijn LoTR-fascinatie) en Daan Heerma van Voss. Het opent met lichtvoetig literair wereldnieuws en bovendien is een kunstbespreking opgenomen die minstens voor de helft op die van Rudi Fuchs lijkt – in de zin dat er in Das Magazin op overigens heldere en interessante wijze één in plaats van twee werken besproken wordt. Een foto van Marnix Goossens in dit geval, uit de collectie van het Foam – dat ook sponsor is. 

Je kunt je slechtere sponsoren indenken in deze subsidiearme tijden. Hun invloed is bovendien beperkt doordat Das Magazin verder primair literaire content heeft. Een ruime helft daarvan is aan het thema van 'het jong' gerelateerd en is vrij licht van karakter. Na een sterk gedicht van Ellen Deckwitz vind je ultrakorte verhalen van een achttal auteurs, onder wie A.H.J. Dautzenberg en Oek de Jong. Aan hen vroeg het blad een verhaal over de grootste wreedheid van een kind. In vijf van de acht gevallen sterft er door toedoen van hem een baby.

Joe Dunthorne
Misschien is het dan ook maar goed dat de redactie geheim heeft gehouden welke auteur bij welk verhaal hoort: de overeenkomst ontkracht de afzonderlijke verhalen. In de zon van het leesplezier schittert echter één verhaal dat sterk lijkt op het humoristische proza van Maartje Wortel. 'Over vrouwen en vogels' gaat over een kind dat zijn agressieve moeder fijntjes uitspeelt tegen een klasgenootje dat hem een blauwtje heeft doen lopen. Meesterlijk.

Verder is een voorpublicatie uit Franca Treurs roman Kreeft & Vlinder te lezen en zijn verhalen opgenomen van Maurits de Bruin (over een babyroof verteld door het kind van de daders), Shira Keller (over een ongelukkige filmpoging van 'boer zoekt vrouw') en Daan Heerma van Voss (die met puntig geplaatste komma's de juiste nadrukken weet te leggen, op het verslag van een weekendje Londen). Het Engelstalige korte verhaal van Joe Dunthorne over de claimerige dynamiek in een yogagroep is zeer treffend.

Laagdrempelig
Das Magazin bevat literatuur van hedendaagse, vooral jonge Nederlandstalige auteurs en is vrij laagdrempelig. Die glossyachtige laagdrempeligheid zorgt hopelijk voor een brede kring lezers, maar je kunt je afvragen of de redactie daarmee niet te veel van de literaire koers afwijkt. Zeker waar het de ultrakorte verhalen betreft, had zij strenger mogen zijn.

Gepubliceerd op 8WEEKLY!

donderdag 4 juli 2013

Tijd/schrift - Terras 04 Berlijn

Waar het gebeurt

Onlangs werd Terras 04 Berlijn uitgebracht. Deze editie van het tijdschrift is een waar manna van voornamelijk hedendaagse Duitse literatuur: een frisse wind über die Gipfeln.

Terras, een aan Perdu verbonden tweejaarlijks tijdschrift voor internationale literatuur en kunst, rees in 2011 als een feniks op uit het smeulende Raster. Kort proza, essayistiek en poëzie vind je tussen de kaften. Op http://tijdschriftterras.nlvind je bovendien activiteiten, posts en actualia.
Die Stadt

Berlijn is al decennia de plek waar 'het gebeurt'. Erik Lindner haalt in zijn inleiding de Ier Matthew Sweeney aan die daarvoor wellicht een verklaring aanreikt. Sweeney stelt dat er in Berlijn 'geen onderscheid wordt gemaakt tussen mainsteam en avant-garde. Dat geeft ruimte'. Ook het lijvige Terras geeft daarvan blijk. Naast gevestigde, reeds lang en breed gecanoniseerde auteurs als Walter Benjamin, Oskar Pastior, Johann Peter Hebel en Herta Müller, is een grote greep hedendaagse auteurs opgenomen.

Van het gros zijn gedichten opgenomen. Ze lijken zo uit de literaire voorhoede te zijn gegrepen. Zoals de Astrid Lampe-achtige Monica Rinck of Lutz Seiler met zijn heldere, maar verhullende woordkeus. De dichters staan evenmin los van de Duitse of de Oost-Europese traditie. Uljana Wolf bijvoorbeeld bleef trouw aan de in 1945 gestorven Joods-Duitse dichter Else Lasker-Schüler en van de Roemeens-Duitse Pastior is een lijn te trekken naar de poëzie van Ulf Solterfoht, die in april 2013 optrad bij City2cities.

Gründlichkeit
Naast Berlijnse auteurs is ook een aantal schrijvers opgenomen die veel met de stad hebben, zoals de Canadees Ken Babstock en OuLiPo-lid Michèle Métail. Métail bijvoorbeeld, doorkruiste de stad en stelde zo'n beetje à la Martin Bril op elke straathoek een gedicht op met tien regels van vijftien woorden. Ook vind je een kritisch (overigens Berlijn-vrij) essay van Kiki Coumans over de samenstelling van de in 2010 gepubliceerde verzamelde gedichten van Favery.

Vrijwel alle opgenomen auteurs worden in kort bestek met een haast Duitsegründlichkeit ingeleid, wat in sommige gevallen de deur naar de interpretatie van de poëzie al op een kier zet. Zo lees je in een soepele introductie van de vertaler en essayist Ton Naaijkens over Elke Erb – die je dit jaar net als Babstock en Métail had kunnen zien op Poetry International – over haar tijd in de DDR, haar associatieve wijze van schrijven en haar spel met woordbetekenissen:

Eros

Soldaten – bloemen in de vaas – zoeken
met de stengeleinden naar onderen: nomaden, dieren –
de grotere natuur, weidsere natuur, de wijdte –
doen het ze voor;

vrouw: vaandels naaiende engelen;
het maasei, kijk, de kan van thuis –
baardloos waren ze wel, jong, gewezen zonen – zoeken
de bodemloze zin, die der vaderen.

Inspiratie 
Dat na edities als 'Uitzicht' (het nulnummer), 'Gereedschap', 'Ruïne' en 'Masker/ontmasker' nu Berlijn de volle aandacht van krijgt, is naar alle waarschijnlijkheid te danken aan dichter en redacteur Linder, die een jaar in de Duitse hoofdstad verbleef dankzij het Berliner Künstlerprogramm van de DAAD (Deutsch Akademischer Austausch Dienst). Het gaf hem de mogelijkheid om de literatuur daar diepgaand te verkennen en daarmee een hoogwaardige selectie voor het tijdschrift samen te stellen. Ziehier een goede reden voor schrijversbeurzen en literaire tijdschriften.

Na het lezen van deze Terras kan het gevoel je bekruipen dat je al jaren een en ander gemist hebt. Wie alleen maar ronddraait in de reidans van de Nederlandse poëzie, die overigens heus niet slecht is, blijft hoe dan ook hangen in een vorm van navelstaarderij. Er is een oceaan aan verrassend rake literatuur, die een duizelingwekkend frisse injectie kan geven in de literatuur van eigen bodem. Terras is het meer dan moeite waard om in de gaten te houden.

Gepubliceerd op 8WEEKLY!

dinsdag 2 juli 2013

Huub Beurskens - Het Artisbestiarium

Binnenkort verschijnt hier de recensie van Het Artisbestiarium, maar wil je haar nu al lezen, kijk dan op 8WEEKLY!



Oh, en Literair Weblog De Contrabas vindt er wat van.

Iris Brunia - Laten we mijn lichaam delen


Binnenkort verschijnt hier de recensie van Iris Brunia's Laten we mijn lichaam delenl, maar wil je haar nu al lezen, kijk dan op 8WEEKLY!

vrijdag 3 mei 2013

Diverse Auteurs - DichtSlamRap 2013

DichtSlamRap jubileert

Daar is hij dan: de jubileumeditie DichtSlamRap 2013. Het is hun sterkste slamuitgave tot nog toe.

Elk jaar een bloemlezing van de beste inzendingen, met posterontwerpen van SintLucas-studenten. Het gelijknamige, in Boxtel gesitueerde Poetry Slam bracht negenmaal eerder een bundel uit.

Orpheus
In deze jubileumuitgave zijn niet alleen gedichten van de deelnemers van 2013 opgenomen, maar ook bijdragen van eerdere DichtSlamRap-winnaars. Daarnaast drie stukken over de slamwedstrijd door twee juryvoorzitters, onder wie oud-wethouder van Boxtel Anton van Aert. Ook is de dichter Victor Vroomkoning in de bundel te vinden, betrokkene van het eerste uur.

Vroomkoning schrijft in een korte terugblik over hoe het deelnemersaantal vanaf de eerste wedstrijd in 2002 zich ontwikkelde. Slechts twee dichters stonden toen voor de driekoppige jury. Dat verhinderde niet dat de wedstrijd uitgroeide tot een volume dat volwaardige bloemlezingen kan opleveren. Met zijn eigen dichterlijke bijdrage weet Vroomkoning de aantrekkingskracht van voordrachtswedstrijden mooi te verbeelden:

Orpheus

Is er een meisje in de zaal?
Een meisje heeft haar spraak
verloren. De jonge god die zij
aanbid, voor wie zij op haar
knieën lag, heeft haar verlamd.
Gevreesd wordt voor haar hart.

Dringend verlangd: een zanger
die de woorden op haar lippen
legt waarmee zij aan het god-
delijke raakt. Wie leent zijn
stem, beweegt haar tong, redt
haar uit het Rijk der Lammen,
want lief is zij en mooi maar
buiten zinnen. Wie redt haar
ziel, laat haar beminnen?

Diversiteit
Zoals eerder gezegd zijn in het kader van het jubileum ook eerdere winnaars opgenomen, onder wie Acg Vianen – tegenwoordig juryvoorzitter van de DichtSlamRap –, Sieger Baljon en de Vlaming Jee Kast. Ook Nadine Ancher, Martin M. Aert de Jong en John Schoorl droegen bij. Die laatste komt met zijn prozagedicht één bladzijde na een gedicht dat haast zo mager is als een gedicht van Jan Arends, geschreven door iemand die onder de naam 'Robin' in de bundel kwam.

Het toont de diversiteit van de bloemlezing, die overigens evenwichtiger is dan vorig jaar. Het niveau is hoger: minder gemeenplaatsen, minder geforceerd taalgebruik. Is de DichtSlamRap met tien bloemlezingen volwassen geworden? De populariteit van de wedstrijd steeg en hoe groter het aanbod, hoe scherper een jury keuzes kan maken.

Talentontwikkeling
Dichten doe je vanuit het hart en voor wie nog niet zo ver is dat een eigen bundel in het verschiet ligt, is de publicatie in de bloemlezing een enorme stimulans. DichtSlamRap heeft bijgedragen aan talentontwikkeling. Denk aan Arnoud Rigter met zijn grafische gedichten of Ellen Deckwitz die met haar debuut de C. Buddingh'-prijs won. Of aan de dit jaar met het beeldende Papieren veulens gedebuteerde Hanneke van Eijken. Het zijn dichters die sinds hun deelname stuk voor stuk opmerkelijk sterke bundels gepubliceerd hebben.

Gepubliceerd op 8WEEKLY!

Maria Barnas - Jaja de oerknal

CONSUMPTIEAARDAPPELEN

Maria Barnas, wier debuut de C. Buddingh'-prijs won en die onlangs nog deel uitmaakte van de VSB Poëzieprijs-jury, komt nu met haar derde dichtbundel: Jaja de oerknal, met angst als leidend thema.

Die angst blijkt al uit het motto dat uit The Waste Land afkomstig is. 'What is that sound high in the air / Murmur of maternal lamentation' schrijft T.S. Eliot, 'Who are those hooded hordes swarming'. Helaas lukt het Barnas nauwelijks het krachtige motto te evenaren.

Oerknal, jaja
De angst komt in uiteenlopende gestalten voor. Bij het geven van een lezing, bij de meningen van anderen, angst in vlagen, angst voor de dood enzovoorts. Het toch enigszins geestige titelgedicht verwijst naar de bron van de angst:

Jaja de oerknal hoor ik mezelf zeggen.
Hoe is het mogelijk dat dit in mijn mond past?
Het ontstaan een klont op mijn tong.

Stil. Angst is een zwerm die rust in een boom.
Of zijn het woorden die zich inktzwart
op de takken verdringen. Het is een vorm

van paniek die opwelt in mij en als opvliegende
zwerm uit mijn keel breekt. Het heelal slaat
de vleugels uit. Wij klapwiegen en juichen schril.

Barnas' gedichten zijn vol taalspel, zoals in het geval van die vlagen waarnaar het woord vlaggen verwijst. Knap is het hoe onderwerpen en thema's op subtiele wijze binnen de gedichten terugkeren. Ook de lichtvoetigheid is te prijzen, maar de bij aanvang enigszins eenduidig ogende gedichten kunnen je soms langer bezighouden dan je denkt.

Twee kanten van een medaille
Barnas' debuut Twee zonnen (2003) had gedichten als doffe stoten, als krassen op de huid. Het kende meer rust, Barnas leek behept met een noodzaak die haar mogelijk de C. Buddingh'-prijs opleverde. Die zaken zijn in haar derde bundel niet erg evident. Ja, hij is lichtvoetig, maar neigt naar lucht. Ja, de verweving van thema's en onderwerpen is interessant, maar voelt getrukeerd door de voortdurende repetitie daarvan en het steeds terugkeren van schijnbare tegenstellingen. Een helder voorbeeld van een 'luchtig' gedicht met een paradox is de readymade 'Dilemma':

Consumptieaardappelen staat er op een zak
aardappels die ik kocht bij de supermarkt.
Bewaren: op een donkere, droge plaats
(mag ook in de koelkast).

Een observatie die aan het (te) flauwe grenst. Onduidelijk is wat de toedracht was om dergelijke 'lichtere' gedichten in Jaja de oerknal op te nemen. Neem de zeventien strofen lange opsomming van onderwerpen om angst voor te hebben. Ze is fris noch nieuw.

Kinderen
Of denk aan de lamentatie 'De kinderen', die gaat over het schrijven van een gedicht onder tijdsdruk. 'Nog dertien minuten / nee twaalf' opent het. Want daarop zullen de kinderen tijd opeisen. 'Nog acht minuten voor een meesterwerk' eindigt Barnas, 'of laat het een begin zijn. // Iets wat zo kan klinken'. In plaats van problematiseren, had ze kunnen werken aan een steengoed gedicht, over zeg: kinderen en tijdsnood.

Ook had her en der wat kunnen worden gesnoeid. Het aan Ingrid Jonker opgedragen 'Gesloten hoofd', opent met: 'Ik moet spreken voor mensen'. Natuurlijk spreek je voor mensen. Waren dieren of dingen toehoorders geweest, was vermelding interessanter geweest. Een en ander leidt ertoe dat het hoofdthema van Jaja de oerknal niet ten volste wordt overgebracht. In de bundel ontbreekt diepgang, noodzaak. Stijl is belangrijk, maar wel een die zich verbindt met de inhoud. Voor iemand met zo'n duidelijk talent, is Jaja de oerknal helaas niet meer dan een knalerwtje.

Gepubliceerd op 8WEEKLY!

maandag 15 april 2013

Bernke Klein Zandvoort - Uitzicht is een afstand die zich omkeert


Een debuut met een hoog C. Buddingh'-gehalte

Af en toe verschijnt een debuut dat boven het maaiveld uitsteekt. Dat geldt voor Uitzicht is een afstand die zich omkeert van Bernke Klein Zandvoort.

'Hoe vind je houvast in een wereld waar alles caleidoscopisch beweegt?' De eerste zin van het achterplat duidt op een belangrijk element in de bundel: beweging. Bovendien op de moeite die je moet doen om jezelf staande te houden in een dynamische wereld.

Decors
Die wereld lijkt een theater dat geen acht slaat op zijn waarnemer. Het is druk-druk in de weer met het opbouwen en verplaatsen van de decorstukken: gevels die rond een gehaaste blinde man 'overeind worden getakeld', vanaf een drempel vouwt een 'tuin crescendo open'. De opgeroepen wereld komt over als een bewegend lichaam. Hoogwerkers 'reiken' naar gebouwen, golven 'tikken' aan en dimlicht 'sluipt' uit de barstraat. Een merel 'niet wetend wat te doen / een stukje karton tussen zijn snavel' krijgt iets menselijks.

Door de grootse afstand en nabijheid van de verschillende decorstukken zijn de beelden adembenemend. Neem de eerste strofe van het openingsgedicht:

over de steile heuvels vlokken schapen
een colonne koeien probeert een wolk voor te blijven
die zijn reusachtige schaduw op het gras achter zich aan trekt
over een slobberweggetje klim ik, een emmer
in zichzelf klotsend water, de heuvel op

De acteur
Als de bundel bestaat uit al dan niet bewegende decors, dan zijn de personen in de bundel acteurs. De vertellende speler van deze bundel komt soms wat gekunsteld over:

       als ik op de schuine zijde sta
       dan ligt ergens in de aarde een loodrechte hoek

vier hoeken maken een panorama van 360 graden

Mensen die op het kermisrad langs de Thames staan, staan daar omdat ze 'op een cirkel willen staan'.

Ook in de grote dichtheid van betekenishoudende woorden of zinnen klinkt die gekunsteldheid door: kuilen in het wegdek van Klein Zandvoorts gedichten zijn 'plotselinge kuilen', dromen zijn niet zomaar dromen, maar 'laatste dromen', 'tonen' zijn gejaagd. Al moet gezegd dat deze stijlvorm binnen de afzonderlijke gedichten wel op zijn plaats is.

Debuut
Dat je de personages als acteurs kan zien, betekent niet dat de waarnemingen en gedragingen geacteerd overkomen. Bovendien is het toonvaste Uitzicht is een afstand die zich omkeert vanwege de beeldrijkheid een weergaloos debuut. Het legt niets uit, maar toont het waargenomene zoals het literatuur betaamt.

Gepubliceerd op 8WEEKLY!

maandag 1 april 2013


Romantiek, springlevend

Maarten Doorman schreef het enigszins geëngageerde Je kunt bellen, over de niet weg te denken mobiele communicatie.

De meeste gedichten in deze bundel geven blijk van de continue uitwisseling via internet en mobiele telefonie, al wordt daarnaast ook de dichter (en propagandist) Majakovski in een aantal licht futuristische gedichten geëerd. Doorman roept op om in te gaan tegen bellers in stiltecoupés en bedicht de voortdurende bereikbaarheid van de ander en beschikbaarheid van informatie.

Noli me tangere
Die continue beschikbaarheid van anderen en informatie is helaas ten dele een zegen. In 'Noli me tangere', Latijn voor 'raak me niet aan', lijkt bereikbaarheid geen vooruitgang te bieden in de toenadering tot de ander voor werkelijk contact:

In de telefoon van de ander
is de ander er steeds, een ander
valt makkelijk van je touchscreen
te vegen, raak mij
niet aan.
In de handen van de ander
vind je jezelf niet terug
en op een dag haal je opgelucht
adem, ontsnoerd, handsfree
in de armen van de ander.
Voor Nederlands toets 3.

Wie (nog) geen kennis heeft genomen van Doormans poëzie en alleen bekend is met zijn kritische of filosofische werk, waarvan het laatste zich concentreert op de nog altijd alomtegenwoordige stroming van de romantiek, kan onder de impressie leven dat de gedichten in Je kunt bellen stuk voor stuk uit doorwrochte verzen bestaan.

Standbeen
Dat is helaas niet zo, de bundel hinkt op twee benen. Het ene been, een strevend standbeen, ontleent zijn kracht aan soms pakkende beelden. Die beelden bestaan bijvoorbeeld uit 'de zoemende praattaal van de ijskast' of uit vingers die naast het beeld van 'platgewaaide grashalmen / in de steppen achter Tomsk' worden gezet. Een van de mooiste beelden komt uit het als e-mail opgezette 'Brief uit Istanbul', dat vrij voor in de bundel te vinden is en uit twee delen bestaat, waarvan hieronder het eerste is geciteerd:

Nu de stad doodvalt het gescheurd papier
van de meeuwen rond de minaretten
van de blauwe moskee weg
dwarrelt, nu de koelte
van zee moet komen schrijf ik je deze
mail om uiteen te zetten hoe een en ander
in zijn werk is gegaan terwijl ik erbij stond
zouden die meeuwen van het rondcirkelen
de hele nacht in de schijnwerpers
nu dan op het water vissen en rusten
Laat ik het zo
zeggen: ik deed het
ongedwongen en slechts half bedrukt
want uit vreugde bij te schrijven 

Ook al gaat het over niets
Prachtig: meeuwen als wegdwarrelende snippers papier. Het einde van dit deel en het van deel dat hierop volgt ('Ik had het je ook zelf kunnen zeggen / maar een mail is wel zo persoonlijk // Zoen.') wijst op het andere been; het speelbeen. Dat is een frivool been dat graag punten maakt, wil scoren met conclusies, grappenmakerij en knievallen aan bekende dichtvormen. Nu is er weinig mis met humor en evenmin met het willen maken van een punt. Het hele idee van literatuur is dat het ergens over gaat – zelfs al gaat het over (het) niets.

Maar dat literatuur een noodzaak heeft, wil niet betekenen dat auteurs hun lezers moeten onderschatten door conclusies uit te spellen. De reeks gedichten uit de afdeling '200 ton TNT', die overigens over de post gaat, zijn zo flauw dat ze, als ze een vaste vorm hadden gehad, voor light verse hadden kunnen doorgaan. Ook de gedichten met strofes die op ritmische wijze steeds (vrijwel) gelijk beginnen, krijgen algauw iets dweepzuchtigs als ze serieus bedoeld zijn in plaats van ironisch. En dat lijken ze. Misschien is dat wel het meest opvallende aan de bundel: ook hierin is de romantiek nog allerminst voorbij.

Gepubliceerd op 8WEEKLY