Posts tonen met het label 2013. Alle posts tonen
Posts tonen met het label 2013. Alle posts tonen

maandag 15 april 2013

Bernke Klein Zandvoort - Uitzicht is een afstand die zich omkeert


Een debuut met een hoog C. Buddingh'-gehalte

Af en toe verschijnt een debuut dat boven het maaiveld uitsteekt. Dat geldt voor Uitzicht is een afstand die zich omkeert van Bernke Klein Zandvoort.

'Hoe vind je houvast in een wereld waar alles caleidoscopisch beweegt?' De eerste zin van het achterplat duidt op een belangrijk element in de bundel: beweging. Bovendien op de moeite die je moet doen om jezelf staande te houden in een dynamische wereld.

Decors
Die wereld lijkt een theater dat geen acht slaat op zijn waarnemer. Het is druk-druk in de weer met het opbouwen en verplaatsen van de decorstukken: gevels die rond een gehaaste blinde man 'overeind worden getakeld', vanaf een drempel vouwt een 'tuin crescendo open'. De opgeroepen wereld komt over als een bewegend lichaam. Hoogwerkers 'reiken' naar gebouwen, golven 'tikken' aan en dimlicht 'sluipt' uit de barstraat. Een merel 'niet wetend wat te doen / een stukje karton tussen zijn snavel' krijgt iets menselijks.

Door de grootse afstand en nabijheid van de verschillende decorstukken zijn de beelden adembenemend. Neem de eerste strofe van het openingsgedicht:

over de steile heuvels vlokken schapen
een colonne koeien probeert een wolk voor te blijven
die zijn reusachtige schaduw op het gras achter zich aan trekt
over een slobberweggetje klim ik, een emmer
in zichzelf klotsend water, de heuvel op

De acteur
Als de bundel bestaat uit al dan niet bewegende decors, dan zijn de personen in de bundel acteurs. De vertellende speler van deze bundel komt soms wat gekunsteld over:

       als ik op de schuine zijde sta
       dan ligt ergens in de aarde een loodrechte hoek

vier hoeken maken een panorama van 360 graden

Mensen die op het kermisrad langs de Thames staan, staan daar omdat ze 'op een cirkel willen staan'.

Ook in de grote dichtheid van betekenishoudende woorden of zinnen klinkt die gekunsteldheid door: kuilen in het wegdek van Klein Zandvoorts gedichten zijn 'plotselinge kuilen', dromen zijn niet zomaar dromen, maar 'laatste dromen', 'tonen' zijn gejaagd. Al moet gezegd dat deze stijlvorm binnen de afzonderlijke gedichten wel op zijn plaats is.

Debuut
Dat je de personages als acteurs kan zien, betekent niet dat de waarnemingen en gedragingen geacteerd overkomen. Bovendien is het toonvaste Uitzicht is een afstand die zich omkeert vanwege de beeldrijkheid een weergaloos debuut. Het legt niets uit, maar toont het waargenomene zoals het literatuur betaamt.

Gepubliceerd op 8WEEKLY!

maandag 1 april 2013


Romantiek, springlevend

Maarten Doorman schreef het enigszins geëngageerde Je kunt bellen, over de niet weg te denken mobiele communicatie.

De meeste gedichten in deze bundel geven blijk van de continue uitwisseling via internet en mobiele telefonie, al wordt daarnaast ook de dichter (en propagandist) Majakovski in een aantal licht futuristische gedichten geëerd. Doorman roept op om in te gaan tegen bellers in stiltecoupés en bedicht de voortdurende bereikbaarheid van de ander en beschikbaarheid van informatie.

Noli me tangere
Die continue beschikbaarheid van anderen en informatie is helaas ten dele een zegen. In 'Noli me tangere', Latijn voor 'raak me niet aan', lijkt bereikbaarheid geen vooruitgang te bieden in de toenadering tot de ander voor werkelijk contact:

In de telefoon van de ander
is de ander er steeds, een ander
valt makkelijk van je touchscreen
te vegen, raak mij
niet aan.
In de handen van de ander
vind je jezelf niet terug
en op een dag haal je opgelucht
adem, ontsnoerd, handsfree
in de armen van de ander.
Voor Nederlands toets 3.

Wie (nog) geen kennis heeft genomen van Doormans poëzie en alleen bekend is met zijn kritische of filosofische werk, waarvan het laatste zich concentreert op de nog altijd alomtegenwoordige stroming van de romantiek, kan onder de impressie leven dat de gedichten in Je kunt bellen stuk voor stuk uit doorwrochte verzen bestaan.

Standbeen
Dat is helaas niet zo, de bundel hinkt op twee benen. Het ene been, een strevend standbeen, ontleent zijn kracht aan soms pakkende beelden. Die beelden bestaan bijvoorbeeld uit 'de zoemende praattaal van de ijskast' of uit vingers die naast het beeld van 'platgewaaide grashalmen / in de steppen achter Tomsk' worden gezet. Een van de mooiste beelden komt uit het als e-mail opgezette 'Brief uit Istanbul', dat vrij voor in de bundel te vinden is en uit twee delen bestaat, waarvan hieronder het eerste is geciteerd:

Nu de stad doodvalt het gescheurd papier
van de meeuwen rond de minaretten
van de blauwe moskee weg
dwarrelt, nu de koelte
van zee moet komen schrijf ik je deze
mail om uiteen te zetten hoe een en ander
in zijn werk is gegaan terwijl ik erbij stond
zouden die meeuwen van het rondcirkelen
de hele nacht in de schijnwerpers
nu dan op het water vissen en rusten
Laat ik het zo
zeggen: ik deed het
ongedwongen en slechts half bedrukt
want uit vreugde bij te schrijven 

Ook al gaat het over niets
Prachtig: meeuwen als wegdwarrelende snippers papier. Het einde van dit deel en het van deel dat hierop volgt ('Ik had het je ook zelf kunnen zeggen / maar een mail is wel zo persoonlijk // Zoen.') wijst op het andere been; het speelbeen. Dat is een frivool been dat graag punten maakt, wil scoren met conclusies, grappenmakerij en knievallen aan bekende dichtvormen. Nu is er weinig mis met humor en evenmin met het willen maken van een punt. Het hele idee van literatuur is dat het ergens over gaat – zelfs al gaat het over (het) niets.

Maar dat literatuur een noodzaak heeft, wil niet betekenen dat auteurs hun lezers moeten onderschatten door conclusies uit te spellen. De reeks gedichten uit de afdeling '200 ton TNT', die overigens over de post gaat, zijn zo flauw dat ze, als ze een vaste vorm hadden gehad, voor light verse hadden kunnen doorgaan. Ook de gedichten met strofes die op ritmische wijze steeds (vrijwel) gelijk beginnen, krijgen algauw iets dweepzuchtigs als ze serieus bedoeld zijn in plaats van ironisch. En dat lijken ze. Misschien is dat wel het meest opvallende aan de bundel: ook hierin is de romantiek nog allerminst voorbij.

Gepubliceerd op 8WEEKLY

maandag 4 maart 2013

Vladimir Majakovski - Voor de stem

Kameraden! Op de barricaden!


De facsimile van Majakovski en Lissitszy's opruiende Voor de stem (1923) is niet alleen een bijzondere uitgave, maar de publicatie ervan zegt ook iets over deze tijd.


De vertaling, die met twee naschriften vergezeld gaat, geeft een interessant beeld van de tijdgeest van de vroege Sovjettijd en een mooi beeld van een 'constructeur' en een dichter.

In plaats van een wiegelied


De schrijver/kunstenaar Vladimir Majakovski (1893-1930) is dé dichterlijke stem van het revolutionaire Rusland. Hij pleitte voor een communistisch Rusland, en plaatste in zijn gedichten de staat boven het individu. Dweepzuchtig in zijn vroege werk, ingetogener halverwege zijn carrière (hij was verliefd op de vrouw van zijn inspirator), iets cynischer zijn late werk – en allengs sluipt er in zijn werk wat kritiek op het socialistische systeem. Maar het hem typerende grove taalgebruik blijft alomtegenwoordig. Dat was een bewuste keuze, blijkt uit het uitgebreide essay 'Hoe maak je verzen' (1926), dat is opgenomen in Werken uit de Russische bibliotheek van Van Oorschot: 'Meteen het volle burgerrecht geven aan de nieuwe taal: de kreet in plaats van het melos, tromgeroffel in plaats van het wiegelied.'


Men duidt Majakovski als 'cubofuturist' omdat zijn principes nauw verwant zijn aan het kubisme. Hij deelde de futuristische idee dat het woord breder is dan zijn betekenis. Veel futuristen experimenteerden met Zaoum, een fonetisch taalgebruik dat associaties moest oproepen waaruit nieuwe betekenissen konden ontstaan, al maakt Majakovski daar maar weinig gebruik van. Ook werden andere kunstuitingen gebruikt om de betekenis van taal te beïnvloeden. Veel futuristen lithografeerden hun bundels en soms ontstonden grafische meesterwerkjes zoals dat van Voor de stem.

Constructor, geen illustrator
Tijdens een bezoek aan Berlijn vanwege een gezamenlijke tentoonstelling met Chagall, Malevitsj, Kandinsky en Rodtsjenko van Die Erste Russische Kunstausstellung, kwam Majakovski de grafisch kunstenaar El Lissitzky (1890-1941) tegen. Lissitzky was naar de Duitse hoofdstad gestuurd om de banden te herstellen met de vertegenwoordigers van de Europese cultuur. Majakovski had al langer het idee om zijn voordrachtsgedichten uit te geven, iets wat de staatsuitgeverij weigerde. De luwte van de Duitse hoofdstad bood hem daartoe wel de gelegenheid.

Na publicatie van het futuristische drukwerkje Voor de stem met gedichten van Majakovski brachten Lissitzky in één klap grote roem. Als kunstenaar was hij geen illustrator, maar een constructeur, een soort coauteur. Lissitzky maakte uitsluitend gebruik van materiaal dat voorradig was bij de kleine Duitse drukker waar de bundel werd gedrukt. 'Precies zoals de dichter in zijn gedicht concept en geluid verenigt, heb ik geprobeerd een zelfde soort eenheid te creëren door typografie te gebruiken.' Nota bene: het is Lissitzky die het begrip typografie uitvond.

Voor men met een geweer op u schiet, houd op!
Het boekje is vormgegeven als een telefoon- of adressengidsje. Aan de buitenzijde van het papier zitten tabjes, die met symbolen verwijzen naar de gedichten. Zodoende zijn die snel terug te vinden. Elk gedicht wordt voorafgegaan door een soms wat suprematistisch aandoende afbeelding, die in rode en zwarte zetletters, leestekens en symbolen is uitgevoerd. Er zijn ook enkele figuratieve werken, waarvan de meest herkenbare een driemaster uitbeeldt die een grote rode vlag voert en toepasselijkerwijs voorafgaat aan een gedicht dat 'Linkse mars voor matrozen' heet.

In de meeste gedichten wordt de Sovjetstaat gevierd en het kapitalisme gehekeld. Die gedichten zijn ronduit moralistisch. Zag Majakovski zich als de uitgelezen mond waaruit het rode woord gehoord moest worden? Het lijkt er wel op:


Kameraden!
Op de barricaden!
De barricaden van hart en verstand.
Slechts hij is een echte communist
die alle bruggen achter zich verbrandt.

Zo zeggen ze het dus niet alleen in B-films. Zie ook het onderstaande fragment uit een eveneens aan kunstenaars gericht gedicht:

Ik zeg
u –
of ik nu geniaal ben of niet,
nu ik met onzin ben gestopt
en van mijn werk bij Rosta geniet
ik zeg u –
voor men met een geweer op u schiet,
Houd op!

Een timbre voor de Dichter des Vaderlands?
Afgezien van de historische en grafische aspecten kun je afvragen wat de relevantie van een dergelijke publicatie is. Waarom roert Majakovski zich weer? Europa is in crisis: alles wordt duurder en kloof tussen de middelman en de grootkapitalisten groter. Misschien is er wel een taak weggelegd voor de huidige Dichter des Vaderlands, om het volk zijn stem terug te geven. Ook al is het communisme nachtmerrie gebleken, aan Majakovski's opruiende taal is nog een puntje te zuigen.


Gepubliceerd op 8WEEKLY.