Posts tonen met het label Wiljan van den Akker. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Wiljan van den Akker. Alle posts tonen

woensdag 16 november 2011

Mark Strand - Bijna onzichtbaar

De tuin van de melancholie
Ook in het tweetalige Bijna onzichtbaar toont de Amerikaanse oud-Poet Laureate Mark Strand zich opnieuw een uitmuntend benoemer van de leegte. Maar houdt deze van zijn oeuvre afwijkende bundel stand?

Naast zijn dichterschap is Strand prozaïst, vertaler en redacteur. Hij werd beroemd door zijn met absentie doordrongen literatuur. De Pullitzer Prize die hij in 1999 kreeg voor de bundel Blizzard of One zal aan zijn faam zeker een bijdrage hebben geleverd. Onsterfelijk zijn gedichten als 'Keeping Things Whole' en 'Eating Poetry'. Toen hij in 2006 in Nederland was naar aanleiding van het tevens door de dichters/academici Wiljan van den Akker en Esther Jansma vertaalde Gedichten eten, bleek hij met zijn voordracht bovendien zijn poëzie een leven in te blazen op een manier waarop alleen een ware voordrachtskunstenaar dat kan.

Ditmaal geen gedichten
Naast dat Strands werk doordesemd is met het thema van de leegte, wordt zijn werk gekenmerkt door precies taalgebruik en surrealistische beelden. Enige mate van humor kan hem evenmin ontzegd worden. In Bijna onzichtbaar komen daarbij veel personages voor die oud zijn en vaak alleen. Soms komen ze na lange tijd weer terug op een plek die ze lang geleden verlieten en sindsdien sterk veranderd is. De titel moet in de eerste plaats dan ook niet in ruimtelijke zin worden opgevat, maar in temporele: de bundel zet zich met teloorgang uiteen.


Bijna onzichtbaar is een vreemde eend in het oeuvre van Strand. De dichter maakte ditmaal korte prozaïsche fragmenten die bestaan situatieschetsen en parabels. Proems noemt Strand ze, een portmanteau van poems en prose, maar het is een term die tekortschiet. Hij gaf die naam al eerder aan een gedicht uit Donkere haven (1993, vertaling Frans Despriet) dat nog een duidelijke vorm van een gedicht heeft. Ook zijn de fragmenten weinig poëtisch, al suggereren de ritmische opbouw van de zinnen en constructies als: 'het glazen kasteel van mijn andere leven' soms het tegenovergestelde.

Bagatel
De term miniatuur past beter en is bovendien al eens eerder aan soortgelijke literatuur gegeven. Strands miniaturen richten zich op één gegeven en beslaan nooit meer dan een halve bladzijde, zoals in 'Bagatel in Key West':

Vlak voordat ik op de bank in slaap viel, verbeeldde ik me
een kleine verschijning te zien die languit op een identieke
bank  lag  te  slapen.  'Wakker  worden  ventje,  wakker
worden,' riep ik.  'Degene op wie je  wacht  rijst  gewikkeld
in bruisende schuim op  uit zee en komt  spoedig  aan land.
Onder haar voeten zal de tuin van melancholie heldergroen
worden  en  de briesjes worden  licht als de  adem van een
boreling. Wakker worden, voordat dit schepsel uit de diepte
verdwijnt en alles leeg wordt als slaap.'Wat doe ik mijn best
om het ventje te wekken, wat slaapt hij diep. En wie de zee
ontsteeg, haar moment voorbij,  wat  is ze hard geworden -
zo hard die brandende ogen, dat brandende haar.

'Bagatel in Key West' is een van de weinige blijvend intrigerende teksten in de bundel. Doordat het zo surrealistisch is lijkt het bovendien on acid te zijn geschreven, wat voor een gedicht dat op een van de Keys is geschreven wel toepasselijk is - op de veelal uit trailer parks bestaande eilanden stikt het van de vrijgevochten hippies.

Soufflés
Het lastige van miniaturen is dat perfectie cruciaal is. Ontbreekt die, dan zakken ze als mislukte soufflés in en helaas komen verschillende miniaturen niet verder dan een situatieschets. De licht filosofische toon van die stukken krijgt hierdoor al gauw iets gratuits.

Helaas schort het hier en daar aan de vertaling. Zoals in het hierboven geciteerde gedicht, waarin 'in bruisende schuim' en een ontbrekende komma tussen 'wacht rijst' in het oog springen. Met komma's is sowieso vrij zuinig omgegaan, zeker in vergelijking met de originele teksten. De veronderstelling dat vertalingen uit het Engels altijd meer woorden nodig hebben dan hun brontekst, is echter door Van den Akker en Jansma naar het rijk der fabelen verwezen. Dat is knap. Bovendien heeft een gearrangeerde ontmoeting met Mark Strand in Madrid een nauwgezette omzetting van de betekenis wel kunnen afdwingen. Gelukkig maar.

Gepubliceerd op 8WEEKLY

maandag 16 mei 2011

Wiljan van den Akker - Hersenpap

GEEN GEVAAR VOOR HERSENPAP

Hersenpap is de tweede dichtbundel van C. Buddingh'-winnaar Wiljan van den Akker. De bundel is melodieuzer dan zijn voorganger. Je kunt hem in een ruk uitlezen, maar pas op: er staat niet wat er staat.


'Hersenpap' kun je overal krijgen. Stel je heet Wiljan van den Akker en je ziet een oranje zonnewering. Na 'een vuistdikke knoop in de maagstreek', volgt volgens het titelgedicht dan 'een golvend geklots in het oor' en 'een huilerige leegloop / van drassige klonten zompige hersenpap'. Hersenpap is een spontaan gevoel van walging van iets dat de meeste mensen koud laat en waarbij het ook niet duidelijk is waardoor die walging precies wordt opgeroepen. Je moet er niet aan denken.

Intrigerend taalgebruik
Gelukkig is de kans dat de bundel het fenomeen hersenpap opwekt erg klein. Sterker nog, de gedichten zijn melodieus en zijn in ongekunsteld Nederlands geschreven. Hersenpap is een bijzondere bundel in die zin dat hij zich gemakkelijk voor twee soorten lezingen openstelt. Allereerst zijn de gedichten te lezen als anekdotes. Ze gaan bijvoorbeeld over hoe het is om een kind te hebben dat zich steeds zelfstandiger door het huis is gaan bewegen of over het rollen van een grote sneeuwbal en de consequenties daarvan.

Naast deze lezing kan zich een talige lezing aan je opdringen, bijna als een hond die met je wil spelen. Daarmee stuit je bijvoorbeeld op een ogenschijnlijk achteloze toepassing van kleine paradoxen en oxymorons (een stijlvorm waarbij elkaar uitsluitende begrippen worden gecombineerd) waardoor er een veelvoud aan nieuwe interpretaties mogelijk wordt. In 'Zo gaat het' is daar sprake van. 'Je weet het maar al te goed: zo gaat het nu altijd' opent het. De woorden 'nu' en 'altijd' sluiten elkaar uit, en dit is nog maar een van de vele oxymorons in zijn poëzie.

Zo gaat het

Je weet het maar al te goed: zo is het nu altijd.
Uitsluitend en alleen nu.
Op een dag valt het stil en gaat het ergens liggen.
Even kan het zich nooit meer verroeren
voordat het opnieuw in beweging moet komen.
Het is herfst. Het verkleurt. Misschien
is het voedzaam voor schimmels of algen.
Misschien is het winter en koud
blijft het herkenbaar bewaard in zijn vorm
tot het dooit op een keer in een lente.
Of misschien is het zomer en vochtig en warm
zwelt het borrelend op tot het knapt
als pap uit elkaar stroomt en weg loopt.
Daarna zal het vast verdampen, indrogen.
Dan kan het zich laten verspreiden door regens
of door een wind voorbij laten blazen.
Zo gaat het. Zo gaat het verdomme nou altijd.

Nu altijd
Dat 'nu' uit de eerste regel kan worden opgevat als een versterkende voorbepaling, waarvan ook in de laatste zin sprake is. Als het een versterkende voorbepaling is, is de hele regel paradoxaal: als iets altijd zo is, hoe kun je dan 'iets maar al te goed' weten? Voor kennis is immers onderscheid nodig en dus een veranderde situatie. Evengoed kan de regel ook om 'het nu' draaien. Dit 'nu' bestaat inderdaad altijd, want het verleden en de toekomst bestaan alleen in ons hoofd.

De nadruk kan ten slotte ook liggen op het woord 'het' dat voor 'nu' komt. Dan gaat het om het ding of concept waar dit lidwoord naar verwijst. In dit gedicht verandert het voortdurend: het valt stil, dooit, borrelt, stroomt en verdampt. Dit 'het' is water. Maar evengoed blijft het gedicht in zijn totaliteit over 'het nu' gaan, over iets dat 'altijd' is.

Kouwenaar
De combinatie van anekdotiek – een verteller die iets zegt over water en 'het nu' – en taalspel in 'Zo gaat het' is exemplarisch voor de overwegend sterke gedichten in Hersenpap. Door de ruime aanwezigheid van paradoxen en oxymorons doet de bundel onwillekeurig denken aan de poëzie van Kouwenaar, waar de Neerlandicus Van den Akker veel pap van moet hebben gegeten. Ook in Van den Akkers poëzie dringt de taal zich aan je op als taal. Doordat in Hersenpap overal sprake lijkt te zijn van een verteller en doordat hij meer anekdotiek en humor bevat, verschilt de bundel van het werk van de grote meester.

De reeks 'Kunst en vliegwerk' is daar een aardig voorbeeld van. Het gaat over het mens-zijn en de beperkingen daarvan. In het derde gedicht uit die reeks 'voelt [iemand] zich goed beroerd / door de goden' en neemt met zijn armen zwaaiend vanaf grote hoogte een sierlijke duik. Even zweeft hij, om zich daarop 'bij nader inzien grondig te pletter' te schrikken. Van den Akker vliegt hiermee bijna uit de bocht, omdat de grap evengoed wat flauw is. Maar gelukkig blijft het niet bij die joligheid. Aan het einde van het vers proeft de persoon 'aarde en bloed, flappert nog wat na, blijft lam / liggen, zakt uiteindelijk weg, diep in de grond.

Gepubliceerd op 8WEEKLY

dinsdag 5 juni 2007


Gedichten eten

Mark Strand

LITERATUUR-LEZING 
In het Academiegebouw aan het Domplein organiseerde op 25 mei het SLAU in samenwerking met Uitgeverij De ArbeiderspersUniversiteit Utrecht en de Nederlandse Ambassade een zeer heugeniswaardige literaire avond rondom de publicatie van een bundeling vertaalde poëzie van de gelauwerde Amerikaanse dichter Mark Strand, die speciaal 'for the occasion' naar hartje Utrecht was getogen. Een dikbuikig programma vol voordrachten, anekdotes en zijpaden. 
tekst: Merijn Schipper | beeld: SLAU



In de Senaatszaal, die met portretten van inmiddels sinds lang ontslapen hoogleraren is bekleed, was geen stoel onbezet. Voor de schouw waarvandaan de koningin goedlachs over het projectiescherm op de gegadigden neerzag, zaten achter een rij tafels Mark Strand, de vertalers Esther Jansma en Wiljan van den Akker en dichteres Tjitske Jansen.

Gedichten eten, de titel van de bloemlezing, was de rode draad van de bijeenkomst. Een zeer ambitieus programma was het, dat zelfs enigszins moest worden ingekort. Niet alleen werd het boek gepresenteerd, ook werd een brug geslagen naar de hedendaage generatie dichters gerepresenteerd door Tjitske Jansen en werd iets verteld over hoe poëzie poëzie voortbrengt, hoe bijvoorbeeld Strand geïnspireerd werd door een gedicht van Carlos Drummond de Andrade, waarop Jansma weer een eigen versie schreef, waarbij overigens ook een aantal fragmenten vertoond werden van een film over de gedichten en het leven van de Braziliaanse dichter.

Toch, van een 'overkill' te spreken, zou schromelijk overdreven zijn. Niet alleen is de poëzie van Mark Strand onovertroffen, maar ook de vertaling leek te staan als een huis. In beide talen mooie woorden, ritmisch kloppend, muzikaliteit, humor. De bedrieglijke eenvoud van Strands poëzie heeft iets weergaloos.



Ook het carambol-effect van poëzie was boeiend. Een gedicht van De Andrade - dat op solide wijze in het Portugees werd voorgedragen door Michaël Stoker - gevolgd door de voordachten van Strand en Jansma van hun eigen, erop geïnspireerde gedichten, gaven op inzichtelijke wijze het doorleven weer van poëzie in poëzie, zonder dat het aan originaliteit hoeft in te boeten.

Om ervoor te zorgen dat de avond iets van frisheid zou behouden, grapte dichteres Jansma, was ervoor gekozen om een jonge dichteres erbij te betrekken die net zo klakkeloos de genreregels aan haar laars lapte als Strand. Haar voordracht was wervelend en daverend applaus galmde door de ruimte.

Zelfs de vragenronde was boeiend. Waar Strand zijn inspiratie vandaan haalde, hoe hij zijn gedichten schreef: "When I write, I want to get it right. Therefore I mistrust the first thing that comes onto the paper." Met een van zijn mooiste gedichten, 'My name', sloot de avond. "I thought when I wrote this one I hit something." Een avond om nog even bij te blijven hangen.

Eerder gepubliceerd op Sapsite