Posts tonen met het label Simon Vinkenoog. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Simon Vinkenoog. Alle posts tonen

dinsdag 8 december 2009

NK Poetry Slam

LET OP: 12 DECEMBER EXPLOSIEF

Het is het zover: de achtste editie van het Nationaal Kampioenschap Poetry Slam dat georganiseerd wordt door Het Poëziecircus. Dit poëziespektakel wordt op 12 december 2009 te Utrecht in Tivoli De Helling gehouden. Een imposante line up van elf aan elkaar gewaagde poetry slammers zal voor een explosieve avond zorgen. Naast een professionele jury heeft het publiek ook een grote stem in het verloop van de wedstrijd. De winnaar gaat door naar het World Slampionship in Parijs! De band Most Unpleasant Men en DJ Daniël Daan zetten de avond extra luister bij.

Wie een beetje bekend is met het slamcircuit weet dat het dit jaar moeilijk is een winnaar te voorspellen. Jeroen Naaktgeboren, die als de tweemansslam-act 'De woorddansers' in 2003 de titel binnenhaalde, staat nu solo op de planken, Peter M. van der Linden met zijn energieke presentaties zal de vonken van het podium doen spatten, maar ook de geweldenaar Boris de Jong en 'slam-koningin' Ellen Deckwitz (winnares van wel vier(!) jaarfinales) om er een paar namen uit te lichten, maken een goede kans. Voor zover bekend bestaat de line up verder uit: Martin Berversluis, Daan Doesborgh, Melvin van Eldik, Jee Kast, Lennart Pieters en Martijn Teerlinck.

Poetry slam?
Een poetry slam, voor de nog maagdelijke en van enigerlei slamkennis gespeende lezer, is een beetje verheldering wel zo prettig. Een poetry slam, ook wel een poëzieslag genoemd, is een competitie voor dichters. De enthousiaste, veelal bundelloze poëten die aan een slam deelnemen, dragen in wedstrijdvorm hun beste gedichten op de beste manier voor. In een aantal rondes wordt daar een winnaar uitgekozen. Die winnaar gaat naar de jaarfinale en wie die finale wint, komt uit bij het NK.

Het voordragen van gedichten is al zo oud als de poëzie zelf. Ook Homerus' Illiasen Odyssee werden al voor- en overgedragen, nog voor ze op schrift werden gesteld. Het was sinds het prille begin van het lezen gewoon dit hardop te doen en het was kerkvader Augustinus die als een van de eersten over het in stilte lezen schreef. Tot ver in de 19de eeuw bracht men het dichterlijke woord 'oraal'. De Tachtigers gooiden roet in dit woordelijke eten: zij propagandeerden een individuele consumptie van poëzie. De poetry slam is een relatief jong verschijnsel. Zijn oorsprong is tweeledig.

Beat Poetry
Als vader van de poetry slam is de Beat Generation aan te wijzen, die in de jaren vijftig en zestig als underground stroming populariteit verwierf met haar spectaculaire voordrachten. Bekende Beat-namen zijn Allen Ginzberg, Jack Kerouac en William S. Burroughs. Hun creatieve verzet tegen de consumptiemaatschappij en de opkomende massacultuur ging vaak gepaard met doorbreken van sociale en seksuele taboes en het gebruik van hallucinerende middelen en zodoende wordt de Beat Generation wordt nog wel eens aangewezen als wegbereider van de hippiecultuur.

Toen de oorspronkelijke kracht van de Beat Poetry in de loop van de jaren zeventig verflauwde en de voordrachtsavonden allengs minder publiek trokken, blies een zekere Marc Smith in Chicago de voordrachtspoëzie nieuw leven in. In 1986 organiseerde hij zijn eerste Uptown Poetry Slam, waarbij dichters als boxers elkaar met vuisten van woorden bestreden. Het publiek besliste over wie de winnaar werd.

Nichs, Vinkenoog en Tazelaar
Als de Beat Generation de vader is, dan zijn Jacek Nichs, Simon Vinkenoog en Frank Tazelaar zijn moeder. In de periode dat in de V.S. de eerste slams gehouden werden, werd in Nederland voorgedragen poëzie steeds meer geaccepteerd. Dadaïsten als Kurt Schwitters hadden begin 20ste eeuw de weg voorbereid, de Vijftigers hadden met hun voordrachten alle windstreken van Nederland aangedaan, de Nacht van de Poëzie was inmiddels op gang gekomen en een afgeladen Poëzie in Carré had plaatsgehad. Dichters met sterke voordrachten als Jules Deelder en Johnny de Selfkicker trokken door het land.

In de loop van de jaren negentig werden de eerste poetry slams in Nederland gehouden. De initiatiefnemer Jacek Nichs organiseerde deze goeddeels Engelstalige slams in Amsterdam in het Winston Hotel. Onder voorzitterschap van Simon Vinkenoog, die overigens ook al verantwoordelijk was voor Poëzie in Carré, vond op 5 mei 1998 in Café Festina Lente de eerste Nederlandstalige slam plaats. Ook Frank Tazelaar is belangrijk voor de poetry slam geweest. Als programmeur van het Wintertuin-festival in Nijmegen stichtte hij in 2002 het NK Poetry Slam – dat aanvankelijk nog Grand City Slam heette. Vier jaar later nam Het Poëziecircus de organisatie van het NK over.

De Gouden Vink
Vinkenoog, die dit jaar overleed, is sinds de geboorte van de poetry slam altijd zijn pleitbezorger, hoeder en mascotte geweest. De spraakwaterval zaliger zal komend NK worden herdacht met het ceremonieel omdopen van de hoofdprijs, de 'Gouden Albatros' (die nu nog verwijst naar een gedicht van Baudelaire) naar de 'Gouden Vink'. Een vakkundige jury, bestaande uit Jules Deelder, Janita Monna en Giel Beelen, zal samen met het publiek een oordeel vellen over de dichters.

Gepubliceerd op 8WEEKLY

woensdag 3 september 2008

Kees 't Hart - Ik weet nu alles weer

VERHEVEN BANAAL


Dat voor Kees 't Hart kunstmatigheid een grote rol moet spelen in de literatuur is vaker opgemerkt. Het is ook een bekende gedachte bij meerdere dichters. Speelt in een roman het verhaal een belangrijke rol, de poëzie moet het toch vooral hebben van de werking van bijzonder, kunstmatig taalgebruik. Maar in zijn laatste bundel wil 't Hart meer. In Ik weet nu alles weer zoekt hij een ongegeneerde vermenging van het verhevene en banale.

Die postmodernistische vermenging van het banale en verhevene is een constante in zijn laatste bundel. Zo komt een opsommend gedicht over veertien van 't Harts woonadressen na een gedicht over een denkende Goethe. Een gedicht met 'epische' kwaliteiten dat over een oefenwedstrijd tussen spelers van Tuitjenhorn en die van Heerenveen gaat, is zowel een openhartige autobiografische optekening van zijn tijd bij de superfriezen als een poëtica in één. Het gedicht over Franciscus van Assisi heeft een bijlage.

Refractie
Er is ook op een andere manier naar 't Harts gedichten te kijken. In de bundel zie je voortdurend dingen uit de poëzie en poëtica van anderen of andere stijlen weerspiegeld, zij het op 'refractische' wijze: de eerder genoemde epiek is daar een voorbeeld van, maar ook het gedicht over Goethe dat qua stijl verwant lijkt aan Annemieke Gerrists stijl. Ook is het gedicht 'Nee' duidelijk een tegenhanger van Vinkenoogs 'Ja' (beluister bijvoorbeeld de gelijknamige cd van Spinvis en Vinkenoog) en lijkt zijn vermenging van het verhevene en het banale een weerslag van poëzie van dichters als Mustufa Stitu en enkele Maximalen. In het titelgedicht reflecteert 't Hart ook op zichzelf.

Spiegeling wat de klok slaat, nog zoiets wat een prominente rol heeft. Het gedicht 'Spiegel' neemt in de bundel dan ook een bijzondere plek in. Het bestaat uit vierenveertig vierregelige strofen, verspreid over acht bladzijden. In maar weinig gedichten is op zo'n structurele wijze de zinsstructuur uit elkaar geslagen. De sporadische werkwoorden hebben geen functie meer, het stikt van de neologismen, er zijn verschillende niet-Nederlandstalige woorden en ook ontbreken nog eens alle leestekens en lidwoorden. Wat overblijft is een opeenvolging van woorden die vrijwel zonder enig grammaticaal verband naast elkaar zijn gerangschikt:

lichtbuit mist wolkpartij bril
touw pakpapier plakband inzet
orgeltoon spuitbus zandvis boek
potage stip spiegel wekker

vlag dadel mast klooflucht
morgensfeer rook uil mokkel
instap belach oker maken
boor vlas stol kaart plakzucht

Spiegeling
Omdat de woorden amper meer in een grammaticaal verband met elkaar staan, wordt de communicatieve functie van taal natuurlijk ernstig verstoord. Het titelwoord 'spiegel' bijvoorbeeld, kan alles betekenen. Net wat je erin leest eigenlijk: het gepolijste glas dat boven je wastafel hangt; een voorbeeld; een afspiegeling of spiegelbeeld; een omlijst vlak; een achtersteven van een oud oorlogsschip; bovenste laag van een kistje sigaren; het oog van viervoetig wild; (een verkorting van) bladspiegel; enzovoorts. Misschien dient het als metafoor, misschien is het een werkwoord in de eerste persoon enkelvoud o.t.t.

Ziehier een mogelijke bedoeling van het gedicht. Wil de tekst een zinvol geheel worden, moet je met betekenissen gaan spelen. De betekenissen die je aan de tekst toekent zeggen waarschijnlijk meer over jezelf dan over de tekst. Het gedicht is slechts een spiegel waaraan je jezelf spiegelt en waarin je jezelf weerspiegeld ziet. Je hoeft er alleen maar in te kijken.

Van de vermenging van het verhevene en het banale moet je houden. Maar voor wie de bundeling interpreteert als spiegelwerk wordt het des te interessanter. Voor de spiegel van deze taal staand, zie je vooral jezelf. Zie dat maar eens bij veel andere poëzie gebeuren.

Gepubliceerd op 8WEEKLY