Posts tonen met het label Beat Poetry. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Beat Poetry. Alle posts tonen

woensdag 18 januari 2012

Noord Nederlandse Dans - Instrumental


I'll marry the dark


Instrumental van Noord Nederlandse Dans bestaat uit drie steengoede wereldpremières. Met name over 'Strange Light', een uitvoering geïnspireerd op een gedicht van Derrick C. Brown, kun je lyrisch zijn.

Instrumental, dat al op 21 oktober 2011 in première ging, heeft de vorm van een sandwich en is alleen al wat dat betreft een appetijtelijke voorstelling. Het brood van die sandwich wordt gevormd door choreografieën van de vaste choreograaf Stephen Shropshire, het middelste deel is gemaakt door de Israëlische choreograaf Emanuel Gat.

Van laag naar een duet
De opbouw van het programma is goed gekozen. De start is dynamisch. In 'Now lay me down' toont Shropshire met zijn dansers en celliste tegen de achtergrond van de abstracte muziek van David Lang een energieke dans die zich veelal laag bij de grond afspeelt. Boven de dansers hangt een groot scherm waarop afwisselend overtrekkende wolken en/of wolkende vulkaanas is te zien.

Het daarop volgende duet van twee danseressen heet 'Time Touching Themes' en is duidelijk herkenbaar als Gat's werk. Niet alleen is het podium kaal, maar ook moet het publiek zelf aan de dans betekenis geven. Gat is bij het maakproces uitgegaan van wat zich in de studio afspeelde. Het terugzien van het impliciete gedrag dat zich bij repetities afspeelt, zie je op het toneel terug en dat maakt de dans op momenten erg geestig.

Een dans tussen uitersten
De voorstelling lijkt een onderliggend thema te voeren: uitersten. Voortdurend is er sprake van versnelling en vertraging en steeds lijkt het te gaan om een reageren op elkaar. Niet dat de dans een grote golvende aaneenschakeling is, maar de dansers zijn vooral op elkaar gericht. Het zorgt ervoor dat de dans, in tegenstelling tot het haast betonnen podiumbeeld, iets provisorisch krijgt.

Maar toch is elke beweging een beheerste. De frictie van uitersten, zoals die hierin gesuggereerd wordt tussen reguliere dans en de innovatieve dans van Gat, komt ook op andere vlakken tot uiting. Bijvoorbeeld in de geweldige casting van de danseressen. De ene is tenger, bleek en heeft lang zwart haar, de andere is haar tegendeel. Dit contrast wordt nog eens aangezet door het scherpe, haast industriële licht dat vanuit de linkerflank op de dansvloer valt, waardoor harde schaduwen als geluidloze echo's meedansen.

Strange Light
Het hoogtepunt van de avond wordt niettemin gevormd door 'Strange light', een voorstelling die geboetseerd is naar een gedicht van Derrick C. Brown. Dit gedicht heeft de loop van een leven als onderwerp. Specifieker gaat het over Browns leven, al schiet het gedicht ook de toekomst in.

Here is the story of one man with a strange light
and tiny blisses.
Zo opent het stuk, en aanvankelijk is de verteller in het gedicht optimistisch over het einde:

I'll marry the dark.
When the dark comes
I will party in it.
I will make it silly. I will keep my light

Het eindigt echter grimmig als zijn grote liefde overleden is en hij op de rand van de dood verkeert:

Fuck you.
I must keep you alive in my head Margaret.
I loved your full resume.
I loved your throaty kiss.
I am gushing.
Iam ready to fill this night with senseless acts of
ha cha cha, no retreat, no quarter.
I'm going bezerker.
I ain't goin' west
like death.

De choreografie is op het gedicht geïnspireerd. Zij is perfect in balans: de spanningsbogen zijn goed, er bestaat veel variatie binnen de verschillende delen en bovendien wordt het verhaal van het gedicht helder, maar nooit eentonig of voorspelbaar tot leven gebracht. Soms is de voordracht van Brown zo sterk dat je vergeet naar de dansers te kijken. Maar dat is geen kritiek op de dans zelf. Die is soms erg geestig, bijvoorbeeld wanneer de van zichzelf overtuigde jongeling wordt getoond. Op andere momenten kan hij ronduit indringend zijn, neem het moment wanneer de protagonist oud is en zijn Margaret overleden is.

De Noord Nederlandse Dans moet, met nog enkele voorstellingen in het verschiet, het stuk maar in reprise laten gaan, want Instrumental is een voorstelling om vaker te bezoeken.


Gezien op 10 januari 2012, in de Toneelschuur, HaarlemGepubliceerd op 8WEEKLY!

dinsdag 8 december 2009

NK Poetry Slam

LET OP: 12 DECEMBER EXPLOSIEF

Het is het zover: de achtste editie van het Nationaal Kampioenschap Poetry Slam dat georganiseerd wordt door Het Poëziecircus. Dit poëziespektakel wordt op 12 december 2009 te Utrecht in Tivoli De Helling gehouden. Een imposante line up van elf aan elkaar gewaagde poetry slammers zal voor een explosieve avond zorgen. Naast een professionele jury heeft het publiek ook een grote stem in het verloop van de wedstrijd. De winnaar gaat door naar het World Slampionship in Parijs! De band Most Unpleasant Men en DJ Daniël Daan zetten de avond extra luister bij.

Wie een beetje bekend is met het slamcircuit weet dat het dit jaar moeilijk is een winnaar te voorspellen. Jeroen Naaktgeboren, die als de tweemansslam-act 'De woorddansers' in 2003 de titel binnenhaalde, staat nu solo op de planken, Peter M. van der Linden met zijn energieke presentaties zal de vonken van het podium doen spatten, maar ook de geweldenaar Boris de Jong en 'slam-koningin' Ellen Deckwitz (winnares van wel vier(!) jaarfinales) om er een paar namen uit te lichten, maken een goede kans. Voor zover bekend bestaat de line up verder uit: Martin Berversluis, Daan Doesborgh, Melvin van Eldik, Jee Kast, Lennart Pieters en Martijn Teerlinck.

Poetry slam?
Een poetry slam, voor de nog maagdelijke en van enigerlei slamkennis gespeende lezer, is een beetje verheldering wel zo prettig. Een poetry slam, ook wel een poëzieslag genoemd, is een competitie voor dichters. De enthousiaste, veelal bundelloze poëten die aan een slam deelnemen, dragen in wedstrijdvorm hun beste gedichten op de beste manier voor. In een aantal rondes wordt daar een winnaar uitgekozen. Die winnaar gaat naar de jaarfinale en wie die finale wint, komt uit bij het NK.

Het voordragen van gedichten is al zo oud als de poëzie zelf. Ook Homerus' Illiasen Odyssee werden al voor- en overgedragen, nog voor ze op schrift werden gesteld. Het was sinds het prille begin van het lezen gewoon dit hardop te doen en het was kerkvader Augustinus die als een van de eersten over het in stilte lezen schreef. Tot ver in de 19de eeuw bracht men het dichterlijke woord 'oraal'. De Tachtigers gooiden roet in dit woordelijke eten: zij propagandeerden een individuele consumptie van poëzie. De poetry slam is een relatief jong verschijnsel. Zijn oorsprong is tweeledig.

Beat Poetry
Als vader van de poetry slam is de Beat Generation aan te wijzen, die in de jaren vijftig en zestig als underground stroming populariteit verwierf met haar spectaculaire voordrachten. Bekende Beat-namen zijn Allen Ginzberg, Jack Kerouac en William S. Burroughs. Hun creatieve verzet tegen de consumptiemaatschappij en de opkomende massacultuur ging vaak gepaard met doorbreken van sociale en seksuele taboes en het gebruik van hallucinerende middelen en zodoende wordt de Beat Generation wordt nog wel eens aangewezen als wegbereider van de hippiecultuur.

Toen de oorspronkelijke kracht van de Beat Poetry in de loop van de jaren zeventig verflauwde en de voordrachtsavonden allengs minder publiek trokken, blies een zekere Marc Smith in Chicago de voordrachtspoëzie nieuw leven in. In 1986 organiseerde hij zijn eerste Uptown Poetry Slam, waarbij dichters als boxers elkaar met vuisten van woorden bestreden. Het publiek besliste over wie de winnaar werd.

Nichs, Vinkenoog en Tazelaar
Als de Beat Generation de vader is, dan zijn Jacek Nichs, Simon Vinkenoog en Frank Tazelaar zijn moeder. In de periode dat in de V.S. de eerste slams gehouden werden, werd in Nederland voorgedragen poëzie steeds meer geaccepteerd. Dadaïsten als Kurt Schwitters hadden begin 20ste eeuw de weg voorbereid, de Vijftigers hadden met hun voordrachten alle windstreken van Nederland aangedaan, de Nacht van de Poëzie was inmiddels op gang gekomen en een afgeladen Poëzie in Carré had plaatsgehad. Dichters met sterke voordrachten als Jules Deelder en Johnny de Selfkicker trokken door het land.

In de loop van de jaren negentig werden de eerste poetry slams in Nederland gehouden. De initiatiefnemer Jacek Nichs organiseerde deze goeddeels Engelstalige slams in Amsterdam in het Winston Hotel. Onder voorzitterschap van Simon Vinkenoog, die overigens ook al verantwoordelijk was voor Poëzie in Carré, vond op 5 mei 1998 in Café Festina Lente de eerste Nederlandstalige slam plaats. Ook Frank Tazelaar is belangrijk voor de poetry slam geweest. Als programmeur van het Wintertuin-festival in Nijmegen stichtte hij in 2002 het NK Poetry Slam – dat aanvankelijk nog Grand City Slam heette. Vier jaar later nam Het Poëziecircus de organisatie van het NK over.

De Gouden Vink
Vinkenoog, die dit jaar overleed, is sinds de geboorte van de poetry slam altijd zijn pleitbezorger, hoeder en mascotte geweest. De spraakwaterval zaliger zal komend NK worden herdacht met het ceremonieel omdopen van de hoofdprijs, de 'Gouden Albatros' (die nu nog verwijst naar een gedicht van Baudelaire) naar de 'Gouden Vink'. Een vakkundige jury, bestaande uit Jules Deelder, Janita Monna en Giel Beelen, zal samen met het publiek een oordeel vellen over de dichters.

Gepubliceerd op 8WEEKLY