Gekte is in Vogels die vlees eten een belangrijk thema. Soms spelen drugs of medicijnen bij die gekte een rol, zoals in het verhaal 'Ketamine', waarin de hoofdpersoon en zijn broer een aaneenschakeling van trips meemaken dankzij het gebruik van ketamine. Ketamine is een narcosemiddel dat in de diergeneeskunde wordt toegepast, maar ook als partydrug in omloop is. De jongens, wonend in 'een huis op wielen in het bos', onderhouden zichzelf doordat de broer proefpersoon is bij een laboratorium voor pijnbestrijding. Bovendien komen de jongens via dit kanaal aan hun drugs. De protagonist manipuleert de vragenlijsten van het laboratorium, opdat de onderzoekers hun toelage van ketamine niet zullen terugdraaien.
Paradoxaal genoeg is het de uitzichtloosheid die Vogels die vlees eten van luchtigheid voorziet. De hoofdpersonen zitten klem in hun eigen wereld. 'Loopdrang', het eerste verhaal uit de bundel, is wat dat betreft emblematisch. Het speelt in een inrichting met een circulaire gang. De protagonist in dat verhaal kan en wil er niet uit, hij wil niet verder, hij wil stilstaan.
Alle hoofdpersonen van de ik-verhalen zijn gelijk te stellen met dat eerste personage in die gang. Ze hebben geen regie over hun leven en De Boer wijkt geen seconde van hun gezichtspunt. Omdat hij zo trouw blijft aan het gezichtspunt van de hoofdpersonen, is het die uitzichtloosheid die de bundel zo geestig maakt. Je ziet ze tollen, maar ze hebben dat zelf niet door.
Vogels die vlees eten kent weinig variatie in zijn personages. Dat is mogelijk een zwakte van dit debuut. Maar die eentonigheid heeft ook zijn voordelen: het levert een zeer consistente bundel verhalen op. Consistentie is ook terug te zien in de opmerkelijk goede structuur van de verhalen. De wendingen in sommige verhalen riepen bij mij onwillekeurig en haast terloops herinneringen op aan Nabokov's Ultima Thule, een van de beste verhalenbundels ooit geschreven.
