Posts tonen met het label Thijs de Boer. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Thijs de Boer. Alle posts tonen

vrijdag 3 december 2010

A.H.J. Dautzenberg - Vogels met zwarte poten kun je niet vreten

MORAALRIDDES OPGELET! NIET VOOR WATJES


Wie aan Vogels met zwarte poten kun je niet vreten begint, moet zowel een dikke huid als een sterke maag hebben. Daarnaast is bovendien een heilig geloof in fictie belangrijk: dat zij zich in het imaginaire ophoudt en de werkelijkheid alleen op voorwaardelijke wijze binnentreedt. Debutant A.H.J. Dautzenberg schreef met deze verhalenbundel een collectie die je niet onberoerd laat.


De bundel kan tegenstrijdige gevoelens en gedachten losmaken. Dautzenbergs doorgaans goedgeschreven verhalen zijn moreel verontrustend, pervers, abject, schokkend en vervreemdend. Wie ze leest, kan lijntjes leggen naar George Bataille, Marquis de Sade, naar Manon Uphoffs befaamde Poep-verhaal, naar J.M.A. Biesheuvels absurdistische vertellingen en naar experimenteel proza à la Jorge Luis Borges.

Ontwrichtend absurdismeDe bundel bevat een aantal ontwrichtende verhalen. Bijvoorbeeld over een meisje van een jaar of dertien dat de vader van een vriendje tot seks verleidt, of over een jongen die voor kerst twee boksende negers in een doos krijgt, die soms met elkaar vrijen en die nogal akelig aan hun einde komen. In een ander verhaal vertelt een meisje aan een verslaggever hoe ze een paar dagen in de woestijn overleefde door het zaad van haar vader te drinken. Evengoed gruwelijk is het verhaal waarin een steniging van een jong meisje bijgewoond wordt door twee enthousiaste westerlingen.

De absurdistische situaties en onverwachte wendingen waarmee Dautzenberg je om de oren slaat, maken de bundel daarentegen erg fascinerend. In het verhaal 'Glückauf!' verandert de hoofdpersoon een aantal keer van geslacht en personage. Wat dat betreft doet het denken aan twee verhalen van Julio Cortázar, waarin soepel van perspectief ('Zuster Cora') en protagonist ('Alle branden de brand') wordt gewisseld. In andere verhalen heeft iemand een kraantje op haar rug waaruit water komt, wordt een directrice van een groot concern door Eskimo's gekidnapt of bruist iemands hoofd.

JurgenEen enorm grappig en knap verhaal is 'Jurgen'. Het beschrijft de vrijpartij van twee geliefden. Het meisje heeft net een grote boodschap gedaan en omdat ze haar billen niet goed heeft afgeveegd, moet de jongen walgen, al probeert hij het te maskeren. '"Ben je er niet helemaal bij, Jurgen?" Als ze opgewonden is, dan noemt ze me Jurgen. Waarom eigenlijk? Ze wil het me niet zeggen. Ik heet Guido'.

Als ze bijna klaarkomt, knijpt hij haar billen stevig samen, zodat geen bacterie meer kan ontsnappen en noemt haar Astrid – maar dat vindt Marly niet zo leuk en dus zet ze haar heupen op slot. De meesterlijke dialoog die zich daarop ontspint, is intens grappig, en zonde om hier prijs te geven. Ook dit verhaal is absurdistisch: Guido ontsnapt tijdens de vrijpartij op volstrekt geloofwaardige wijze verschillende malen naar een andere werkelijkheid waar twee alternatieve versies van hem verblijven.

Neosemantiek
De schokkende, experimentele en soms erg grappige verhalen voorkomen dat de bundel eentonig wordt. Als er dan toch één gemene deler is, is dat het procedé waarmee Dautzenberg geregeld het absurdisme zijn verhalen inzuigt. Hij voorziet in die gevallen een begrip van een andere betekenis dan je zou verwachten op basis van de woorden waaruit het samengesteld is. Je zou dit wellicht neosemantiek zou kunnen noemen. Om die met enige vanzelfsprekendheid geponeerde neosemantische begrippen laat hij een verhaal ontspinnen. Voorbeelden zijn 'Herfstgevoelig', 'Het wilde denken' en 'Het vreemde gevoel'. Ze verwijzen respectievelijk naar een vorm van overspannenheid, van irreëel denken en naar een vorm van aandrang.

Dautzenbergs bundel, waarvan het voorplat en de titel overigens sterke gelijkenissen vertonen met Thijs de Boers debuut Vogels die vlees eten, maar die er inhoudelijk sterk van verschilt, brengt een opmerkelijk geluid in de Nederlandse letteren. Een geluid dat morrelt aan het geweten, omdat Dautzenberg in zijn bundel, zoals een van de personages te kennen geeft, de ethiek afgezworen heeft.


Gepubliceerd op 8WEEKLY

dinsdag 9 november 2010

Thijs de Boer - Vogels die vlees eten

TRAGIHILARISCHE GEKTE

Thijs de Boer, winnaar van de Hollands Maandblad prozaprijs 2008, heeft met Vogels die vlees eten een overtuigende bundel korte verhalen geschreven. De protagonisten bevinden zich in nagenoeg uitzichtloze situaties, maar dit levert geen sombere verhalen op, integendeel.

De bundel bestaat uit tien verhalen die op een na vanuit de eerste persoon geschreven zijn. Vaak is er met de personages wat aan de hand: ze missen de regie over hun leven. Daarbij lijken ze net een beetje gekker dan alleman. Gek op een wijze die doet denken aan de personages van D. Hooijer in Sleur is een roofdier: gekte die uiteindelijk toch misschien niet zo vreemd is.

Ketamine
Gekte is in Vogels die vlees eten een belangrijk thema. Soms spelen drugs of medicijnen bij die gekte een rol, zoals in het verhaal 'Ketamine', waarin de hoofdpersoon en zijn broer een aaneenschakeling van trips meemaken dankzij het gebruik van ketamine. Ketamine is een narcosemiddel dat in de diergeneeskunde wordt toegepast, maar ook als partydrug in omloop is. De jongens, wonend in 'een huis op wielen in het bos', onderhouden zichzelf doordat de broer proefpersoon is bij een laboratorium voor pijnbestrijding. Bovendien komen de jongens via dit kanaal aan hun drugs. De protagonist manipuleert de vragenlijsten van het laboratorium, opdat de onderzoekers hun toelage van ketamine niet zullen terugdraaien.

Die ketamine werkt geweldig tegen verontrustende vragen, handelingen en gebeurtenissen. De broers gebruiken het dan ook te pas en te onpas, hetgeen tot tragihilarische situaties leidt. Een voorbeeld van zo'n situatie is wanneer de broer het marmeren graf van hun moeder in veiligheid probeert te brengen omdat hij het vergokt heeft. Na het losgebikt te hebben vervoeren ze het marmer met een auto naar een plek waar ze het zullen begraven. De broer die rond middernacht achter het stuur zit, voelt de zon op zijn gezicht branden. Wanneer hij aangeeft dat hij er niet meer tegen kan, wisselt de hoofdpersoon toch maar met hem van plek.

Geestige uitzichtloosheid
Paradoxaal genoeg is het de uitzichtloosheid die Vogels die vlees eten van luchtigheid voorziet. De hoofdpersonen zitten klem in hun eigen wereld. 'Loopdrang', het eerste verhaal uit de bundel, is wat dat betreft emblematisch. Het speelt in een inrichting met een circulaire gang. De protagonist in dat verhaal kan en wil er niet uit, hij wil niet verder, hij wil stilstaan.

Alle hoofdpersonen van de ik-verhalen zijn gelijk te stellen met dat eerste personage in die gang. Ze hebben geen regie over hun leven en De Boer wijkt geen seconde van hun gezichtspunt. Omdat hij zo trouw blijft aan het gezichtspunt van de hoofdpersonen, is het die uitzichtloosheid die de bundel zo geestig maakt. Je ziet ze tollen, maar ze hebben dat zelf niet door.

Structuur
Vogels die vlees eten
 kent weinig variatie in zijn personages. Dat is mogelijk een zwakte van dit debuut. Maar die eentonigheid heeft ook zijn voordelen: het levert een zeer consistente bundel verhalen op. Consistentie is ook terug te zien in de opmerkelijk goede structuur van de verhalen. De wendingen in sommige verhalen riepen bij mij onwillekeurig en haast terloops herinneringen op aan Nabokov's Ultima Thule, een van de beste verhalenbundels ooit geschreven.

Nabokov kan het trottoir laten steigeren als een dronkenman valt. De Boers taalgebruik is minder gestileerd. Dat taalgebruik is niet kaal, maar eerder sec en fris. Bovendien bedient hij zijn proza minder van lopende tekst dan Nabokov. Anders dan de Russische emigré, biedt De Boer zijn verhalen in korte fragmenten aan. Door die korte vorm ontstaan er rustpunten in de tekst, waarin je als lezer de door de tekst opgewekte suggesties doordenkt. Dat geeft iets extra's aan de verhalen en maakt de bundel meer dan waard om gelezen te worden.

Gepubliceerd op 8WEEKLY