Posts tonen met het label Mark Boog. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Mark Boog. Alle posts tonen

maandag 18 januari 2010

Turing Victim Fundraising Event


Het Turing Victim Fundraising Event staat op de rails. Met o.a. de slachtoffers Ingmar Heytze, Hanz Mirck, Mark Boog, Alexis de Roode, Sylvia Hubers en Ellen Deckwitz. Met gastoptreden van Tsead Bruinja (niet afgewezen, maar solidair), belijdenis van een ex-jurylid en live telefonisch verslag uit Amsterdam! Woensdag 27 januari, café van Wegen, Utrecht. De Kleenex, de drank en de pot voor vrijwillige bijdragen staat klaar!

Zo'n 15 dichters zullen hun beste afgewezen gedicht voorlezen. Een aantal handgeschreven afgewezen gedichten wordt geveild. De Ministers verzorgen een sfeervol muzikaal intermezzo. Het belooft een gezellig huilfeest te worden met veel drank. Iedereen is welkom, toegang gratis. Café open vanaf 20 uur. Het programma begint rond 20.30 en duurt tot circa 22 uur. Daarna kan er nog doorgezeten worden.

Met o.a: Ingmar Heytze, Hanz Mirck, Mark Boog, Alexis de Roode, Tsead Bruinja, Sylvia Hubers, Maarten Das, Nanne Nauta, Floor Buschenhenke, Ellen Deckwitz, Merijn Schipper e.v.a.

zondag 24 mei 2009

Michaël Stoker - Fernando Pessoa, De fictie vergezelt mij als mijn schaduw

DE POESJKIN VAN PORTUGAL


Een boude bewering: na zijn dood zit een Auteur van Werkelijk Wereldformaat gebeiteld, zolang hij zich in de identiteit van een grote groep heeft genesteld. Dit geldt in elk geval voor Fernando Pessoa (1888-1935), de Alexander Poesjkin van Portugal. Zijn werk wordt de Portugezen met de paplepel ingegoten. Uit een studie van Michaël Stoker, Fernando Pessoa, De fictie vergezelt mij als mijn schaduw, over deze grootheid en zijn werk blijkt Pessoa's invloed op de Nederlandse literatuur eveneens indrukwekkend te zijn. Pessoa's heruitgegeven Gedichten laat zien waardoor.

De razend interessante publicatie van Stoker viel gelijktijdig met een groots en goed bezocht Pessoa-festival dat te Utrecht door Salon Saffier en 't Poëziecircus werd georganiseerd. Stoker is binnen die laatste vrijwilligersorganisatie een belangrijke spil. De Utrechtse promovendus Portugese letterkunde ziet zijn publicatie als een introductie tot het werk en leven van Pessoa. In die opzet is Stoker zeker geslaagd. In drie breed opgezette hoofdstukken bespreekt hij achtereenvolgens Pessoa en zijn poëzie, zijn proza in het algemeen en de roman Boek der rusteloosheid in het bijzonder. Bovendien heeft Stoker in een postscriptum een volledige heteroniemenlijst van Pessoa opgenomen.

Mystificateur
Een volledige lijst, want na decennia spitten in de 27.543 nagelaten documenten zijn inmiddels 83 heteroniemen vastgesteld. Dat is wel even wat anders dan Arnon Grunberg met zijn Marek van der Jagt – al is niet uit te sluiten dat Grunberg opnieuw werkt aan een heteronieme productie. Een heteroniem is een personage dat door een auteur zelf is gecreëerd én dat schrijft. Pessoa ging volledig op in zijn heteronieme leven. Daardoor is het vrijwel onmogelijk te onderscheiden wie hij nu werkelijk was. 'Ik ben niets, kan niets, volg niets na / Ik draag mijn zijn, illusie, waar ik ga', de opening van een van de gedichten van Pessoa onder zijn eigen naam publiceerde, illustreert dit.

Volgens Stoker heeft die ongrijpbaarheid van de Portugees twee oorzaken. Ten eerste kwamen in het volwassen leven van Pessoa weinig schokkende gebeurtenissen voor. Hij had daarbij maar weinig vriendschappen; nagenoeg alle contacten waren van een literair of zakelijk karakter. De enige bekende liefdesrelatie werd door tussenkomst van Pessoa's heteroniem Alvero de Campos vroegtijdig op zeep geholpen – wat Pessoa's extreme meervoudig literaire fixatie nog eens bevestigt. Ten tweede mocht Pessoa, als het hemzelf betrof, anderen graag een weinig waarachtige werkelijkheid voorspiegelen. Vanwege de beperkte overlevering is de onderzoeker aangewezen op Pessoa's eigen teksten en die zijn vanwege hun literaire of fictionele karakter nu juist weinig betrouwbaar. Het gedicht 'Autopsychografie' bevestigt dit nog maar eens:

De dichter wendt slechts voor.
Hij veinst zo door en door
Dat hij zelfs voorwendt pijn te zijn
Zijn werkelijk gevoelde pijn.

En zij die lezen wat hij schreef,
Voelen in de gelezen pijn
Niet de twee die hij geleden heeft,
Maar een die de hunne niet kan zijn.

En zo rijdt op zijn rails in 't rond,
Tot vermaak van onze rede,
Die opwindtrein, in de dichtermond
Ook wel 'het hart' geheten.

Inspirator
'Autopsychografie' staat in Gedichten (vert. August Willemsen), een dit jaar heruitgegeven, enkeltalige bloemlezing van Pessoa's poëzie uit de Pessoa-bibliotheek van Uitgeverij De Arbeiderspers. Erin zijn zowel heteronieme als orthonieme gedichten opgenomen (gedichten die Pessoa onder zijn eigen naam publiceerde). De bloemlezing biedt een mooie dwarsdoorsnede van de intrigerende poëzie van Pessoa en is voorzien van een informatief nawoord van de vertaler. Hoewel Pessoa al eerder in Nederland werd geïntroduceerd – in 1959 door de Amsterdamse professor Marcus de Jong bij de aanvaarding van zijn lectoraat – is Pessoa's invloed op onze literatuur niet meer weg te denken sinds de eerste druk van deze bloemlezing in 1978.

Een indrukwekkende stroom namen van Nederlandse, geïnspireerde auteurs (en andere kunstenaars) laat Stoker in zijn studie de revue passeren. Cees Nooteboom, Patricia de Martelaere, Tessa de Loo, Adriaan van Dis, Allard Schröder en het eerder genoemde heteroniem Marek van der Jagt maken deel uit van de greep romanschrijvers die Stoker noemt. De dichters Tomas Lieske, Hagar Peeters, Toon Tellegen, Mark Boog, Luuk Gruwez, Ingmar Heytze, Arjen Duinker en Gerrit Komrij kregen van Pessoa een slag mee.

Werkelijk Wereldformaat
De opsomming van namen illustreert het belang van Pessoa, die op dezelfde hoogte staat als Mallarmé, Apolinaire en Proust. Wie zijn oeuvre heeft gelezen, zal hem keer op keer tegenkomen in de werken van anderen. Dat noopt een tweede boude bewering: de literaire productie van een Auteur van Werkelijk Wereldformaat staat in schril contrast met het vrijwel onuitputtelijke oeuvre van zijn navolgers. Stoker toont enthousiasmerend de complexiteit van die bewering aan als het Pessoa's heteronieme leven aangaat, maar staaft hem evengoed. Lezen!

Gepubliceerd op 8WEEKLY

vrijdag 11 april 2008

Mark Boog - Het eigen oor: Een keuze uit de gedichten

MARK BOOG NU AL VERZAMELD

Mark Boog, bekend om zijn sprankelende taalgebruik, is een van 's lands snelst producerende schrijvers. Acht jaar geleden debuteerde hij metAlsof er iets gebeurt, daarna volgden nog vijf bundels en drie romans. Voor zijn werk werd Boog bekroond met twee belangrijke poëzieprijzen in Nederland, de Buddingh-prijs voor zijn debuutbundel en de VSB-prijs voor De encyclopedie van de grote woorden. De recent uitgekomen bloemlezing uit zijn werk komt dus niets te vroeg.

Naast een keuze uit de poëzie die bij Uitgeverij Cossee uitkwam, is Het eigen oor: een keuze uit de gedichten aangevuld met twee bundels die bij bibliofiele uitgevers in beperkte oplage zijn verschenen. Ook is onder de titel Toekomstige gedichtenongebundeld werk opgenomen. Alsof dat nog niet genoeg is, is aan de bloemlezing ook een cd toegevoegd van Boogs band Poetry in Motion, waarop de dichters voordracht voortreffelijk wordt verenigd met popmuziek. Het eigen oor biedt een goede dwarsdoorsnede van Boogs werk en is, zeker met alle extra's, een prachtig eerbetoon aan zijn intrigerende poëzie.

Dwarsig
Het eigen oor heeft vooral als voordeel dat Boogs ontwikkeling als dichter goed zichtbaar wordt. Zowel op thematisch als stilistisch gebied is er een duidelijke tendens in zijn poëzie waar te nemen. In het vroegere werk, met name in Alsof er iets gebeurt (2000) en Zo helder zagen we het zelden (2002), wordt de lezer het kansloze karakter van alles akelig gewaar. In die gedichten wordt keer op keer benadrukt dat er misschien beweging mogelijk is, maar bij nader inzien toch niet: de dichter denkt wel, maar doet niets; de dichter wil wel, maar kan het niet; de dichter droomt, maar weet als een Oblomov niets waar te maken. 

In Luid overigens de noodklok (2003) en De encyclopedie van grote woorden (2005) is van die lusteloosheid in mindere mate sprake. In die eerste bundel bijvoorbeeld is een herschrijving van het gepassioneerde Hooglied terug te vinden die de oorspronkelijke Bijbeltekst eer aan doet. De dichter wordt allengs assertiever: hij 'kiest' en 'doet' en is minder gedistantieerd van zijn onderwerpen. In Landmanwordt Boogs poëzie zelfs wat dwarsig. Daarin zijn de gedichten als scènes uit een (verder niet ontsloten) verhaal te lezen, waar wel wat gewild en gedaan wordt, zij het op enigszins bescheiden schaal.

Twee elementen kenmerken Boogs stijl over de hele linie, al zijn ze in zijn latere werk meer geïntegreerd met andere stijlkenmerken: de omdraaiing van de logische woordvolgorde en het met enige regelmaat ontbreken van (werk)woorden. Een aardig voorbeeld van deze stijlelementen is in Alsof er iets gebeurt te vinden. In het gedicht 'Zinloosheid 2' staat er: 'IJl de kerk, gewichtloos het dak, / en hoog, hemelhoog het licht, / bijna doorzichtig'. Dit levert een haperend lezen op. Het is alsof de dichter hort, stottert haast, een diaprojector is waar de opgeroepen beelden in de gemankeerde zinnen elkaar als dia's opvolgen. Een willekeurige ander zou de zin als volgt kunnen hebben opgeschreven: 'De kerk is ijl, het dak is gewichtloos en hoog, het licht is er hemelhoog en bijna doorzichtig'. 

Dat mag natuurlijk ook poëtisch heten, maar het gevoel dat de herschrijving oproept is anders ten opzichte van het origineel. Deze hakkelende schrijfwijze kan je aanzetten tot een actieve betrokkenheid bij het gedicht. Tot het in detail willen weten hoe de afzonderlijke beelden samenhangen, hoe het licht valt, hoe de bouw van de kerk is, hoe hoog de hemel is en ga zo maar door, totdat de wereld van het gedicht in zijn geheel aan je geestesoog is ontloken.

Grote woorden
Het kan een risico zijn van een veelschrijver dat hij zich vergaloppeert. Daaraan lijkt Boog niet altijd te ontkomen. Bepaalde stijlkenmerken komen wel erg regelmatig terug en ook worden soms te grote woorden gebruikt: 'gelukkig ongelukkig' lezen we ergens en 'grote ogen'. Wie een bundel heeft die De encyclopedie van de grote woorden als naam draagt – met elk gedicht daarin een groot woord als de titel, zoals Dood, Natuur, Waarheid – moet dit niet als een vrijbrief zien ze in zijn gedichten toe te passen.

De grote woorden in Boogs gedichten overheersen zijn poëzie gelukkig niet en soms dragen ze alleen maar bij aan de leeservaring omdat Boog ermee aan de haal gaat. Dankzij de spannende thematiek, de krachtige beelden en frisse woordkeus is het lezen van Mark Boogs uit de voegen barstende Het eigen oor: Een keuze uit de gedichten meer dan de moeite van het lezen waard.

Gepubliceerd op 8WEEKLY