maandag 7 september 2009

HiernaGekwetter is online!!!

HiernaGekwetter heeft inmiddels ook zelf een weblog. Zie voor optredens, gedichten en beeldmateriaal:



vrijdag 4 september 2009

John Updike - Endpoint and Other Poems

EEN WAARDIG AFSCHEID


Op 21 januari overleed een van 's werelds beroemdste auteurs. De introverte John Updike stierf aan een longtumor waarvan aanvankelijk werd gedacht dat het om een sluipende longonsteking ging. Updike was een geliefd schrijver: niet alleen werd zijn werk veel en door een breed publiek gelezen, ook de kritiek en de academische wereld nam hem serieus. Na zijn dood verschenen nog twee publicaties. Naast de gelijktijdig gepubliceerde verhalenbundel My Father's Tears and Other Stories is nu ook Endpoint and Other Poems verkrijgbaar.

Updike, zoon van een wiskundeleraar en freelance schrijfster, publiceerde in verschillende genres: romans, korte verhalen, poëzie, essayistiek, kinderboeken, theaterteksten. Van de ruim vijftig werken, behoren de verfilmde roman The witches of Eastwick en de Rabbit-romanreeks tot zijn bekendste. Aan Updike werden nagenoeg alle prijzen toegekend die een Amerikaanse auteur maar kan winnen, de grootste daarvan zijn de National Book Awards en de Pulitzer Prize. Beide mocht hij maar liefst tweemaal in ontvangst nemen.

Reflectie
Een belangrijk thema in Updike's literaire werk is de aandacht voor morele verantwoordelijkheid en schuld, die vaak gepaard gaat met een aanklacht tegen de heersende moraal. Zijn werk is daarbij overigens geen huzarenstuk van het engagement, want steeds speelt het zich op kleine schaal af: het is de mens – de onvervulde en de altijd maar zoekende mens – die centraal staat. Nooit vinden zijn personages tevredenheid in zichzelf. Evenmin zijn ze in staat zich te schikken naar de eisen van de buitenwereld.

Endpoint and Other Poems is een treffende bundel. Niet dat de poëzie zo esthetisch,  ingenieus of vernieuwend is, het is eerder dat ze de lezer zonder veel omhaal bij het onderwerp van het gedicht betrekt. De bundel opent met de reeks 'Endpoint'. Deze reeks bestaat uit een aantal reflecties op ervaringen uit zijn laatste jaren en op zijn schrijverschap. De ijkpunten van dit reflectieproces zijn voornamelijk Updike's laatste verjaardagen. In het licht van zijn overlijden is het ronduit aangrijpend dat hij rond deze 'levensvieringen' erop uitzet met zijn vitale, evenwichtige en oprechte verhalende gedichten. Bij elk gedicht weet je: hij leeft nog, hij weet nog weinig van wat er gaat komen. Maar voor wat er gaat komen, is hij wel angstig, bijvoorbeeld tijdens de landing van het vliegtuig waarin hij zit: 'We seem too low, my palms begin to sweat. / (...) Age I must, but die I would rather not.'

Context
Aangespoord door zijn vader om literaire werken te lezen die in zijn moeders boekenkast staan, maar nog te geïntimideerd door hun grootsheid – ze zijn hem te 'echt' – zie je hem als jongeling bij die werken wegdromen terwijl hij de zachte geur ervan opneemt. In tegenstelling tot zijn moeder, die haar leven lang bij uitgevers probeert binnen te komen, blijkt hij wonderbaarlijk goed te kunnen schrijven. Als zij zich in John Updike's aanwezigheid verzucht over een lelijke zin, wordt duidelijk waarin het verschil in schrijven tussen moeder en zoon ligt: '"Such ugly words!" / as if each stood alone. No, no, I thought, context is all'.

Context is inderdaad heel belangrijk bij Updike. Het is de context die Endpoint and Other Poems zo intens maakt. De gedichten weten keer op keer met minimale moeite een wereld op te roepen, die volstrekt geloofwaardig en invoelbaar is. Dat is heel bijzonder. De auteur zal door het grote publiek echter vooral herinnerd worden als getalenteerd prozaïst.

Afgezien van zijn scherpzinnige essayistische werk, is hij op de keper genomen nooit werkelijk iets anders geweest. Hoewel de schrijver zich schijnbaar moeiteloos de verschillende literaire registers bespeelde, zie je in al zijn werk de weerschijn van de verteller in hem. De narratieve aard van de gedichten, doet zoiets in elk geval vermoeden. Dat maakt de dichtbundel niet minder bijzonder. Endpoint and Other Poems een waardig afscheid.

Gepubliceerd op 8WEEKLY

donderdag 3 september 2009

Festival Zomeravonden-gedicht: Traag als ze aanstroomt

Traag als ze aanstroomt
lui als haar oevers liggen
wijd als de spanne hoog
de spanne is, op gezette moment
cyaan onder cyaan en tussen
de wolken het kolken en golven of
miljarden transactes van fracties
van lampjes en geflikker van lichtjes
van lantrarens en verder het glimmende
filigraan van de onnoembare sterren
oud en zo ver en zo veel als ze zijn
smal als een haar vanuit de ruimte bezien
vlug als een knipoog in het licht
van de tred van de tijd
traag als het oog dat het aanziet

wild als je opvaart
of als ze tekeer gaat
of rijzend en proestend
of hoestend en fluimend
mild als je meegaat
en als ze tot rust komt
en als ze de spiegel
glad maakt, daarlaat
als glas

daar als je afmeert
daar als je terugkeert
daar als je hier staat
te Wijck aan lij en lief
als ze te loef ligt:

het oude Maastricht



Festival Zomeravonden-gedicht: Maastricht

ik ben een tweelingstad
ik ben van beide wat
misschien werd ik hier geboren
en groeide ik daar op
wie zal het zeggen
tempus fugit

glans wordt dof
steen wordt stof
wie zal het zeggen
tempus fugit



Festival Zomeravonden-gedicht: Mestreechter Geis (ready made)

Maastrichtenaar eigen
volkseigen karaktertrek
gevoel voor humor en betrokkenheid
waarbij betrokkenheid - betrokkenheid

symbool voor de manier van leven
voor de manier van leven
van hoe hij drinkt, van
hoe hij drinkt en leeft en zingt



Festival Zomeravonden-gedicht: Mestreechter Geis en de Wiekeneer

Vlegel op een stenen plein
een grijnslach op je koude kop
streng in de leer, maar voor een boeteling
zacht: een liefje, schatje, doetje, poeleke, liefste
zoete, stoute Mestreechter Geis

Je kijkt om, betrapt
en van geen kwaad wetend?
Waarom , een witz, een klein vergrijp
een hebbeding o lieveling? En op je heup?
Een grap voor een klap, o suuse?

De Wiekeneer, zijn spitse hoofd
gehoed en iets verbeten
laat je achter
zijn rug, zie je zijn rug
nog?

Wat heb je gedaan?
Wat heb je gelaten?
Het is een eerlijke figuur
is hij gekwetst
en op zichzelf verlaten?

Zijn jullie zo anders dan
beide hol en in de tijd een baken?
Hij streng eerder, in de leer
jij voor de biecht geschapen?



Festival Zomeravonden-gedicht: Zegt de man (monoloog)

Zegt de man:
'Wond van het zuiden
etter langs de Maas
puist langs een berg
waarvan de naam naar valken verwijst
adellijke dieren, godsvruchtig gevederte
dat bid - niet geheel van deze tijd
(god die dood is) - maar toch'

Zegt de man:
'Nee zonnegod nee
blinkend schild
waarvan
de kras
de kerf
de houw
de haal
de zachte
kromme
de kroon is'

Zegt de man:
'Samenkliek van inteelt en erger
van taal zonder mond, tong
zonder taal zonder oor
welriekend de geur van
het oude geld en het nieuwe
dat kerken opkoopt
dansend naar een oude meester
naar wiens pijpen we dansen
(die nergens is, de afgeschoven schuld)
stad van één verlichte lantaren
Bonnefanten, parel op een andere kroon
baken inperfect, maar beter dan al het andere
dat kwijt is - '

Zegt de man:
'Je wilt gaan
naar het afvoerputje
de beerput
de horzel op het boerenpaard
de giertank
de gele gifpil
de zwarte adder
onder het roodwitblauwe gras?'

'Nee, nee, grapje, grapje

stad van mijn hart
hart van mijn stad
stad van mijn hart
ik liet er alles wat ik had

ga maar
ga maar schat'

Zegt de man:
'Wijcker Brugstraat, de Lage Barakken
grootgrutters P. de Gruyter: verdwenen
het warenhuis Maussen: verdwenen
mijn Percée -
het slaag dat ik kreeg
de mist die soms
van het water steeg
alles is verdwenen'

Zegt de man:
'Naast de Servaas, koning der kerken
de St. Jan: rood als het rood
van de doorlopen ogen van mijn vader
en Sterre, Sterre der zee:
vaal als zijn huid'

Zegt de man:
'Maar mijn zus Marieke Marieke
en het katte kwaad, het ballen
op straat, het lezen in bed
toen het al veel te laat was
met een zaklamp onder het laken
zoals ik toen
en zoals de tijd die verder gaat'

'Ga maar dan
ga maar'

Zegt de man:
'Ga maar
ga maar dan'



dinsdag 18 augustus 2009

Gedichten festival Zomeravonden

Na twee leuke en succesvolle optredens zit 'ons' festival Zomeravonden erop. Het was geweldig: de reacties waren heel positief en de stemming zat er goed in! Het heerlijke zomerweer en prachtige locatie waar we speelden, de tuin van mevrouw en meneer Moreau, hebben daar zeker aan bijgedragen.

Binnenkort verschijnen hier op schier magische manier de Maastrichtse gedichten die ik met HiernaGekwetter op festival Zomeravonden ten gehore bracht. Daarvoor nog even geduld...

woensdag 12 augustus 2009

Optreden Festival Zomeravonden 15 &16 augustus




Op 15 & 16 augustus treedt HiernaGekwetter op bij Festival Zomeravonden te Maastricht. Op 15 augustus om 20:00 uur; op 16 augustus om 16:00 uur. Ditmaal in de samenstelling van Isabelle van Dooren (piano), Wieke Stravens (gitaar) en ik (poëzie). HiernaGekwetter brengt poëzie op muziek en musicale poëzie op muziek.

Op het festival staan we in de tuin van de hartelijke Familie Moreau, in de kromme van een omzoomde kuil in hun tuin. Het worden intieme optredens, razend interessant voor wie van poëzie houdt en van lichte klassiek.

Sprookjesachtig!

Kom ook!

vrijdag 10 juli 2009

Frans Budé - Bestendig verblijf

EEN JUBILEUMBUNDEL VOL VERGANKELIJKHEID


Het is inmiddels vijfentwintig jaar geleden dat Frans Budé debuteerde. Door de Maximalen werd zijn soort poëzie bij monde van Joost Zwagerman polemisch weggezet als bloedeloos, onuitnodigend en behorend tot de school van Kouwenaar. Wie zich achteloos op dergelijke kritiek verlaat, verliest de mogelijkheid zich te laten meevoeren door Budés gedichten.

Natuurlijk is een verwantschap met de poëzie van Kouwenaar niet te ontkennen. Sterker nog, het verwantschap is opvallend. Ook Budé (1945) hanteert overwegend een van rafelrandjes ontdane, gecomprimeerde taal en net als bij Kouwenaar problematiseert Budé de mogelijkheden van taal, waarvan hij de uiterste mogelijkheden graag opzoekt. Die ingeklonken taal maakt dat je voor Budés gedichten de tijd moet nemen. Ook komen ze het best tot hun recht als je de dichter nu eens niet in de schaduw van de grootmeester plaatst.

Schumann
De bundel bestaat uit eenentachtig gedichten die zijn opgenomen in elf in zichzelf coherente delen of reeksen. Dat is een forse hoeveelheid voor een bundel, die doorgaans uit zo'n veertig gedichten bestaat. Deels hebben de gedichten een vrije vorm. Maar in de reeks 'Hoe alles gebeurt' volgt zeven keer een elf terzetten groot gedicht op een kort vers. Elke reeks heeft zijn eigen onderwerp. 'Schumann' heeft de gelijknamige componist als thema en in 'Niemand ziet' reageert Budé steeds op een ander schilderij.

Hoewel het achterplat Bestendig verblijf een gevarieerde bundel noemt over reizen in ruimte en tijd, blijft Budés poëzie circuleren rondom het thema van de vergankelijkheid, een van de overkoepelende thema's uit zijn werk. Dood, verandering, ontwikkeling en het bijeenkomen van uitersten zijn veelvuldig in zijn gedichten terug te lezen. Zo sterft er een meisje onder een boom, spreekt hij in de reeks gedichten 'Niemand ziet' over fruit in termen van rotting en verderf en bezigt hij regelmatig een aan dood gelieerd taalgebruik. Een krachtig voorbeeld is het onderstaande korte gedicht uit de reeks 'Stilte', het is een In Memoriam voor de beeldhouwer Hans Bartelet.

Er is een maan langsgegleden, dobberend
in zijn baan, er is je haar in de war,
je schaterlach – een kraai ermee vandoor
verre plek die niemand kent

De dood in Budés dictie hierboven, schuilt enerzijds in het agrammaticale karakter en anderzijds in de  fragmentarische vorm ervan. Ze werken een vlotte en gemakkelijke lezing tegen. Je wordt tijdens het lezen telkens opgehouden en tegengewerkt. Zo werkt de dood ook: ze is steeds een einde in de eeuwige cyclus van het leven op aarde.

Gepubliceerd op 8WEEKLY