Posts tonen met het label Vogels met zwarte poten kun je niet vreten. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Vogels met zwarte poten kun je niet vreten. Alle posts tonen

maandag 13 februari 2012

Etgar Keret (vert. Adriaan Krabbendam en Ruben Verhasselt) - Verrassing

Het verkeerde been

Met Verrassing brengt de Israëlische filmer, essayist en auteur Etgar Keret een sterke bundeling absurdistische verhalen, die je kan doen hikken van het lachen.

Je kunt beweren dat humor – een ruim woord voor de relativering van het alledaagse – het meest wezenlijke element is van literatuur. Hoe dan ook, deze vlag gaat zeker op bij Etgar Keret.

Zijn in een teef gereïncarneerde vrouw

Sinds zijn debuut Pizzeria Kamikaze is Keret opgeklommen tot een zeker meesterschap. De verhalen in Verrassing, sommige niet langer dan de zkv's van A.L. Snijders, bezitten vrijwel allemaal iets absurdistisch. Regelmatig wordt een vreemde gebeurtenis voor lief genomen of tot in het absurde doorgedacht, wat een proestlach bij je kan losmaken terwijl je zeg, in de trein zit te lezen. De coupé kijkt verbijsterd op terwijl je gegeneerd doet of het diegene naast je was.

Het verhaal 'De teef' zou dat kunnen veroorzaken. Het gaat over een man die in een trein zijn in een poedel geïncarneerde vrouw tegenkomt. In gedachten spreekt hij met haar over haar onnatuurlijke dood (hij blijkt haar in een reflex te hebben vermoord – wat zij hem vergeeft) en over hun inmiddels getrouwde dochter die nu in Marseille woont. Volgens de eigenaresse van de teef lijkt het beestje wérkelijk van de man te houden, iets wat in de tekst bijna tastbaar is.

Het verkeerde been van Keret

Het mooie van Kerets verhalen is dat hij je vaak op het verkeerde been zet. Zo opent het verhaal 'Goed begin' met Miron, een man die sinds hij door zijn vrouw verlaten is steeds op een andere plek in slaap valt. In dit vreemde gegeven schuilt op zich al een verhaal. Maar, hoewel het beeld zich hardnekkig in je grijze massa vastzet en je blijft vermoeden dat Keret erop terugkomt, besteedt hij er niet meer dan één regel aan.

Keret richt zich vervolgens op het ontbijt dat Miron elke morgen buitenshuis nuttigt. Daar schuift vanaf een zeker moment een reeks wildvreemden bij hem aan, op een manier alsof ze met hem hebben afgesproken. 'Luister, het spijt me dat ik zo laat ben', zegt de eerste, een zweterige dikke vent. 'Ik wil niet dat dit op een rechtszaak uitloopt', zegt een kale man met zware wenkbrauwen bij een volgende keer. 'Gabi vroeg me je te zeggen dat het hem spijt', zegt een ander personage daarop en weer een iemand anders klaagt tegen hem: 'in je e-mail klonk je langer'. Waarop Miron riposteert: 'in jouw e-mail klonk je minder kieskeurig'. 'Goed begin' gaat onder meer over eenzaamheid. Fabuleert Miron? Het maakt niet uit: de wetenschap dat de werkelijkheid anders is, kan de verhalen indringender maken.

Een sprekende goudvis

Absurdisme is een hardnekkig spel, dat niets aan lichtvoetigheid hoeft te verliezen. Dergelijk absurdistisch proza zagen we in onze eigen letteren relatief recentelijk nog in het iets extatischer Vogels met zwarte poten kun je niet vreten van A.J.H. Dautzenberg. En als de onbetwiste hoogvlieger van de twintigste eeuw kan J.M.A. Biesheuvel worden genoemd. Absurdisme is een dankbaar gegeven voor de literatuur. Het leidt vaak tot onverwachte, vermakelijke of schokkende verhalen.

Zoals het verhaal over een meisje dat alleen maar met mannen die Ilan heten naar bed gaat – iets wat Ilan, de protagonist van het verhaal helder wordt als het meisje met een naamgenoot van hem vreemdgaat. Of dat verhaal over een djinn in de gedaante van een sprekende goudvis. Of dat verhaal over een leugenland waarin je je leugens tegenkomt (die erg blij zijn je weer te zien). Voor wie dit absurdisme geen wilde vlucht hartenkloppen losmaakt, geen nood: ga eerst even na of het klopt en sla pas daarna een ander boek open. 



Gepubliceerd op 8WEEKLY.

dinsdag 10 mei 2011

A.H.J. Dautzenberg - Samaritaan

NARCISTISCH ALTRUÏSME


Na zijn veelbelovende bundeling absurdistische verhalen Vogels met zwarte poten kun je niet vreten [en hier] komt Dautzenberg nu met zijn tweede boek. Samaritaan gaat over een gezonde man die zijn nier afstaat. Is deze autobiografische roman over nierdonatie even goed als zijn debuut?
De roman bestaat uit drieëndertig dialogen die verspreid zijn over drie afdelingen, getiteld: 'Pater', 'Filius' en 'Sanctus'. De hoeveelheid dialogen verwijst naar de Vagevuur-canto's van Dante Alighieri's Goddelijke komedie. Elke afdeling wordt vooraf gegaan door een canto uit deze Komedie. Vier woordenboeklemma's en drie motto's gaan de roman vooraf. We hebben onmiskenbaar te maken met een tekst die sterk gestructureerd is.

Loutering
Door al dat gegoochel met deze symbolische aantallen lijkt de roman een religieuze aard te hebben, maar God houdt zich redelijk op de achtergrond. Wel benadrukt de strenge opzet het louteringsthema van Samaritaan. De naamloze hoofdpersoon – die we met enige reserve gelijk kunnen stellen aan Dautzenberg – komt in de drieëndertig dialogen achter zijn motivatie voor de donatie en het effect daarvan. Hij weet zich daarop een ander mens.

De dialogen voert hij steeds met verschillende personages. Zo wordt er een maatschappelijk werker opgevoerd, de vriendin waarmee hij een knipperlichtrelatie heeft, zijn stervende vader en een vriend. In die dialogen worden de stappen van het donatieproces en de omstandigheden van het ziekenhuisverblijf belicht. De ietwat opstandige protagonist wil aanvankelijk zijn nier afstaan vanuit een door altruïsme vermomde doodswens (de kans van overlijden is 1 op de 2000). Uiteindelijk ontdekt hij dat hij zichzelf van zijn depressie heeft afgeholpen door iemand anders zijn nier te geven. De donatie bleek egoïstische gronden te hebben gehad.

Strak gereguleerd schrijfproces
De roman lijkt geschreven met voorbedachte rade: aan alle kanten lijkt hij het resultaat van een strak gereguleerd schrijfproces. Dat zit in de strenge indeling van de roman, maar ook in de strikt dialogische vorm van de hoofdstukken. Alle personages in de roman, de protagonist incluis, zijn flat characters. Ze zijn in hun inwisselbaarheid terug te voeren op de (gefictionaliseerde) Dautzenberg zelf.

Die inwisselbaarheid komt tot uiting in de gelijkvormige dialogen. Enerzijds blijkt dit uit het eenvormige taalgebruik dat uit alle monden hetzelfde klinkt. Anderzijds is de vaste format van de dialogen daaraan debet: de protagonist zegt iets wat redelijk bruusk is en een personage sputtert tegen. De protagonist houdt echter vol en uiteindelijk stemt het personage in of laat het er maar bij zitten. Een doodenkele keer is het andersom en stemt de protagonist in.

'Openbaring'
De opzet van de dialogen doet denken aan de sarcastische literatuur van Malaparte. Door een gebrek aan voldoende context worden de voorspelbare dialogen in Samaritaan al gauw een vorm van tafeltennis en boeten ze aan kracht in. Er wordt te veel uitgelegd en te weinig getoond. De 'openbaring' dat altruïsme een element van egoïsme bezit, een inzicht zo oud als de weg naar Rome, is door het narcisme van de protagonist al zo vroeg duidelijk dat deze climax als een ballonnetje leegloopt.

Zelfs het absurdisme dat Dautzenberg inbrengt door het opvoeren van een pratende nier, redt zijn roman niet. De verhaallijnen zijn te dun om hem tot het niveau van zijn debuut te verheffen. In een van die verhaallijnen ontmoet de protagonist toevallig de vrouw van de patiënt aan wie zijn nier moet zijn gegeven. Van die donorrelatie zijn beiden zeer stellig overtuigd. Om te weten of die aanname klopt, hoef je de roman echter niet uit te lezen.


Gepubliceerd op 8WEEKLY