Posts tonen met het label Robert Gray. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Robert Gray. Alle posts tonen

maandag 17 november 2008

Willem Thies - Na de vlakte


ALLEDAAGS BEDRIEGLIJK


Waar vele dichters zich met hun dichterlijke taal wenden tot filosofische of talige kwesties, richt Willem Thies zich in Na de vlakte op de buitenwereld. De dichter is in zijn tweede bundel een fotograaf of filmer die bepaalde beelden of gebeurtenissen waarneemt, ongehinderd door vooronderstellingen.


Het onvoorspelbare taalgebruik waarmee Thies de indrukken uit de buitenwereld laat binnen komen is toegankelijk. Met enkele zinnen weet hij eenvoudig ogende beelden op te roepen, vergelijkbaar met bijvoorbeeld Robert Gray. Veelal zijn die beelden alledaagse taferelen, zoals in het gedicht 'Handelingen'. Terwijl een moeder de groeven van de stoeptegels schoonmaakt met een aardappelschilmesje en kookwater over een mierennest gooit, en terwijl een vader in de badkamer uit de damp opdoemt in de spiegel, ziet hun zoon 'in het gazon/ een groen leger lanspunten/ optrekkend tegen de wind'.

Alledaags en bedrieglijk eenvoudig, want er zit veel beweging in, zoals vaker voorkomt in Thies' gedichten. Ook het perspectief is interessant. Graspunten kunnen immers niet optrekken en al helemaal niet tegen de wind in: ze veren na elke windvlaag terug. Thies weet in dit gedicht bijzonder goed in de belevingswereld van de jongen te kruipen.
Soms is het thema van een gedicht minder afgebakend dan in 'Handelingen'. Bijvoorbeeld in 'Een schaduw van twijfel':

Een zonnebril scheidde
onze blikken. Een wolkje
bloed kringelde je wangen
rood toen ik tegenspraak
vermoedde. Schrijf je spijt
maar in je dagboek.

Dit gedicht werkt als een onverwachte mokerslag: terwijl je oren nog suizen, probeer je het 'wie, wat, waar en waarom' te reconstrueren. Meer dan een vaag vermoeden krijg je niet en tegelijk weet je precies wat gaande is. 'Een schaduw van twijfel' is zonder meer een van de sterkste gedichten uit de bundel. Mooi hoe het bloed kringelt, hoe de zonnebril de blikken scheidt. Hoe het lichte aspect van 'wolkje' scherp afsteekt tegen de beladen associaties die 'bloed' oproept, een onderscheid dat nog eens extra wordt aangezet door de eerste witregel.


Rafelige randjes
De bundel heeft echter enkele rafelige randjes. Waar de meeste gedichten scherp omlijnde beelden op je netvlies projecteren, wordt in de minder overtuigende soms een gedoubleerd beeld opgeroepen. Zo zie je in de eerste terzet van het gedicht 'Fremdkörper' bijvoorbeeld dit:

een hond achtervolgt een tractor
luid blaffend, oren plat in de nek,
over de volle lengte van een akker

In deze drie regels wordt te veel gezegd: als een hond luid blaffend, met zijn oren plat in zijn nek, ergens achteraan gaat, is hij aan het achtervolgen. Het door de beweging van de hond opgeroepen beeld is al uitgelegd voor het getoond wordt.
Ook ontkomen niet alle gedichten aan gemeenplaatsen. Het duidelijkste voorbeeld is het titelloze gedicht op bladzijde 41. Hoewel het sterk begint: 'Ik eet een mandarijn uit je hand/ Steel water uit je mond/ Kus je waar ik je navel vermoed', eindigt het gedicht op een ongemakkelijke manier: 'Ik wil je helemaal/ Met huid en haar/ Houd niets achter'. Je kunt betogen dat het oprecht is en gewaagd – wat het ongetwijfeld is – maar er blijft sprake van een cliché.

Ondanks dat Na de vlakte een paar van deze rafelige randjes heeft, overtuigt het overgrote deel van de gedichten door met weinig zinnen veel gevoel en (bewegend) beeld op te roepen. Dat is bewonderenswaardig en het geeft Willem Thies een bijzondere plaats in het Nederlandstalige literaire veld.

Gepubliceerd op 8WEEKLY

donderdag 13 maart 2008

Robert Gray - Grasschrift

VEELVOORMIGE HELDERHEID


De poëzie van de Australische dichter Robert Gray kenmerkt zich door veelvormigheid, zonder dat die afdoet aan de stilistische eenheid van zijn werk. Met Grasschrift 'introduceert' vertaler Maarten Elzinga deze natuur- en landschapsdichter voor het Nederlandstalige publiek. Naast gedichten uit verschillende publicaties van de dichter is ook ongebundeld werk vertaald. Zowel de poëzie zelf als de vertaling zijn een sterk staaltje schrijfkunst.

De consciëntieuze werkwijze van Maarten Elzinga, hij had bij het vertalen regelmatig contact met Robert Gray zelf, heeft geresulteerd in een 260 bladzijden dikke tweetalige uitgave. Elzinga heeft hier bovendien een even zorgvuldig naschrift aan toegevoegd dat op een informatieve wijze het leven en de poëtica van Gray uiteenzet.

Jeugd
De in Nederland nog goeddeels onbekende Gray moet een zware jeugd gehad hebben. Zijn vader was een door de oorlog getraumatiseerde dronkaard en onfortuinlijke gokverslaafde. Zijn moeder werd door alle ellende een godsdienstwaanzinnige. Zelf verliet Gray voortijdig de middelbare school en begon hij als leerling-journalist een arbeidzaam leven dat hem langs tal van verschillende beroepen leidde. Hij publiceerde 5 bundels en verschillende (steeds herziene) edities van zijn Selected Poems. Zijn literaire voorbeelden zijn ondermeer William Carlos Williams en D.H. Lawrence. Ook de Bijbel heeft een zekere invloed op zijn werk.

De gedichten van Gray kenmerken zich door hun uitgelezen stijl. Veelal vind je inGrasschrift gedichten als uitgebeende en noodzakelijke observaties terug. Niet de roes of het barokke, maar helderheid en scherpte kenmerken Grays poëzie. Mogelijk is daarin het zenboeddhisme terug te vinden, waar Gray al sinds zijn jeugd sterk door is beïnvloed. In zijn veelvormige gedichten – van haiku's tot meer prozaïsch werk – worden sterke beelden opgeroepen die van een sublieme eenvoud zijn. Bijvoorbeeld: 'Chopping wood,/ I strike about at mosquitoes/ with an axe.' Er zijn weinig dichters die zo 'mager' en toch zo betekenisvol schrijven als Gray. Een mooi voorbeeld van Grays beeldende kracht komt uit het gedicht 'Beach shack':
A slanted fence, where magpies fall.
The east is tar, paint-slapped thickly,
and the scalloped surf keeps passing
along the heads, radiantly.
Je ziet het voor je, tuimelende eksters bij een scheef hek, in de verte de zee waarvan de golven gelaten op de kapen breken, onaangedaan door de naderende zware, antraciete lucht.

Chiasme
Grays poëzie is overwegend met een dusdanige distantie geschreven dat je het idee hebt vanaf dezelfde afstand als de dichter de taferelen gade te slaan. Niet zelden is er bovendien het vermoeden dat er meer gaande is dan slechts de waarneming: 'a black sea/ a small white sail// a white sea/ a sail become black'. Observeer je hier hoog vanaf de kust de veranderlijke oceaan en het contrasterende zeil erop, of toont zich hier een talige Yin en Yang? Je zou kunnen zeggen dat dit slechts een chiasme is van maar vier regels. Maar je zou het gedicht te vluchtig lezen als je geen oog hebt voor de drie erin vervatte tegenstellingen: het met waarde doorwasemde zwarte en witte, het grootse en het minieme én het tijdloze en kwetsbare. Dat zich meer afspeelt dan slechts een optekening van een tweetal waarnemingen, wordt nog eens bevestigd door Elzinga's omzetting van 'become' in 'afstekend': 'een zwart afstekend zeil'. Hij had ook het voor de hand liggende 'geworden' kunnen schrijven.

Deze keuze voor 'afstekend' is een voorbeeld van het uitmuntende vertaalwerk dat Elzinga geleverd heeft. Toch pakken niet alle keuzes even goed uit. Vooral de onzorgvuldige omgang met enjambementen is hier en daar storend, omdat het in tweeën hakken van zinnen grote veranderingen teweeg kan brengen in de betekenis en de leeservaring. Het 'You are the digits of nature's prodigality./ You slip' van Gray heeft Elzinga vertaald met 'Jullie vormen de cijfers van de overvloed/ der natuur. Jullie glijden'. Waar de originele regel een vrij eenduidige uitspraak is, geldt dat niet voor de vertaling. Bovendien is niet duidelijk waarom Elzinga voor het archaïsche 'der' gekozen heeft. Helaas glippen er wel vaker verouderde woorden in de vertaling. Wie anno 2007 het woord 'nozems' gebruikt, gaat niet mee met zijn tijd.

'Poetry is what is lost in translation', meende de Amerikaanse dichter Robert Frost. Dit geldt gelukkig niet voor Grasschift. De schoonheidsfoutjes in de vertaling daargelaten, is de bundel een verrijking, pure winst, voor het Nederlandstalige culturele landschap. Gray is een uniek en inspirerend dichter en Elzinga heeft de toon van zijn gedichten goed weten te behouden: de afstand die in Grays poëtische observaties zit, de zinsstructuren, de rake en compacte bewoordingen van Grays taal. Wie slechts de vertaling voor zich zou hebben, zou een Nederlandstalige dichter kunnen vermoeden.

Gepubliceerd op 8WEEKLY