Posts tonen met het label Japan. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Japan. Alle posts tonen

dinsdag 26 juni 2012

Jan Lauwereyns - De willekeur


WAT EEN WILLEKEUR


Van de VSB Poëzieprijswinnaar 2012 Jan Lauwereyns verscheen onlangsDe willekeur. Een bundel die zijn naam op verschillende manieren eer aan doet.

De bundel opent sterk met de eerste afdeling, 'Tohoku' genaamd, naar de aardbeving van Tohoku in 2011. Die leidde tot golven van hoger dan 40 meter en als gevolg daarvan tot de tsunami die bij velen nog op hun netvlies is geëtst.

Lief patiëntje
Het gedicht 'In C' (wellicht een beetje een flauwe titel), het enige gedicht in 'Tohoku', gaat over hoe een tsunami aan land komt. Het is het water dat vertelt:

Ik kwam aan wal ik dacht
het hele dorp gaat zwemmen

ik zag een patiëntje met alzheimer
drijven op haar bed haar ogen

wijdopen ze dreef met mij mee
zij dacht ik klopte ik wat voorspeld

zij dacht inderdaad de zee op straat
huizen dansen wagens wiegen

honderd jaar geleden en opnieuw
tot en met de derde verdieping

of hoger ja wat dubbel dit water
ja grote nieuwe watermuur

ik kwam aan wal ik gleed ik viel
op droge grond ik val je ogen dicht

lief patiëntje het hele dorp
gaat slapen slaap zoetje zacht.

Op de punt aan het einde van het gedicht na, ontbreken de leestekens. Lauwereyns heeft de vorm goed gekozen: de woordenstroom heeft geen dammen om hem in te perken, ongecontroleerd komt hij op het lezersoog aan.

Grimmiger
In het openingsgedicht klinkt het grondthema van de bundel door: willekeur – de dichter heeft de titel welbewust gekozen. Dit thema maakt de bundel grimmiger dan Lauwereyns' eerdere werk. Het uit zich door de bundel heen in diverse contexten. De willekeur toont zich onverschillig ten opzichte van de slachtoffers van oorlog en terreur of is aanwezig wanneer de dichter over de ganzen schrijft die in de motoren kwamen van het vliegtuig dat in 2009 op de rivier de Hudson een crashlanding maakte.

Net als bij het vroegere werk van de in Japan wonende dichter is De willekeurdivers wat betreft zijn uiteenlopende vrije versvormen. Zo vinden we naast ranke versjes á la Jan Arends prozagedichten. In die laatste vorm toont Lauwereyns zich door de verweving van prozaïsche en essayistische elementen verwant aan Borges, die graag genres in elkaar weefde. Je komt in De willekeur overigens nog wel meer verwantschappen met of verwijzingen naar andere auteurs tegen: Baudelaire, Gorter en Herta Müller. Ook is een deel van de oud-Nederlandse zin 'Hebban olla vogala nestas hagunnan (...)' in hedendaags Nederlands in een van de gedichten terechtgekomen.

Wankel
De bundel staat helaas minder stevig op zijn benen dan de bekroonde bundel Hemelsblauw (2011). Lauwereyns ontsnapt in een aantal gedichten niet aan rijmdwang. Dat is opmerkelijk, want de dichter bekommert zich doorgaans niet om eindrijm en zijn poëzie heeft dat evenmin nodig. Maar nu dicht hij in 'Mountainbikelyriek':

Ik twijfelde en dacht
dit wordt niets
het wordt nacht
dus ik fiets

liever door
dacht ik en hard
en hoor
mijn hart
(…)

Te betreuren zijn daarnaast de clichés die een VSB Poëzieprijswinnaar wezensvreemd zouden moeten zijn. 'John Wilmot beet in de hand die hem voedde', is bijvoorbeeld zo'n (fantasieloze vertaling van een Engelse) gemeenplaats.

In Lauwereyns' prozagedichten is dit keer ook een vrij algemeen taalgebruik geslopen:

proefpersonen kregen foto's te zien, af en toe een grote spin op iemands gezicht, een open wond met maden erin; mensen die gemakkelijk schrokken, meer zweetten, sneller ademden, stemden voor 'sociaal beschermende praktijken', vonden wapens oké, hielden vreemdelingen liever buiten.

 Zelfs wanneer je dit fragment in zijn context beziet, voel je je oogleden uit pure verveling neerzakken. Wankelheden als deze maken de bundel onevenwichtig. Er had nog wel wat strenger naar
 De willekeur gekeken mogen worden. 

Gepubliceerd op 8WEEKLY.

donderdag 10 mei 2012

Jan Lauwereyns - Hemelsblauw

Zekere dag in de tuin, addertje zonder kop

Jan Lauwereyns won op 25 januari met de bundel Hemelsblauw de VSB Poëzieprijs. De gedoodverfde winnaar Anne Vegter, die kort daarvoor de Awater Poëzieprijs won, had het nakijken. 


De Belgische auteur Lauwereyns is neuropsycholoog van beroep. Hij woont en werkt in het buitenland. Na een periode in Nieuw-Zeeland te hebben gewoond, resideert hij inmiddels al geruime tijd in Japan. Dat de gedichten een exotisch randje hebben is hiermee wellicht weinig opmerkelijk. Al in Buigzaamheden (2002) stapt in een gedicht professor Purato een operatiekamer binnen en in Anophelia! De mug leeft (2007) is het de Aziatische tijgermug die de bundel doorzoemt. Dat de tijgermug sinds een aantal jaar ook in Nederland wordt waargenomen, vergeten we bij deze voor het gemak maar even.   


Gedoe rondom een zelkova
Ook het uit vijf lange gedichten bestaande Hemelsblauw is doordrongen van den verre. Dat komt tot uiting in de Japanse personages en plekken die in de gedichten voorkomen. Zo is in het tweede gedicht 'Rondom een boom' een prozaïsch verslag te lezen van een conflict rondom de duizendjarige zelkovaboom van de oude meneer Nakazato, waarin hij sierlichtjes heeft gehangen. En in het lange, oorspronkelijk in het Japans en Nederlands verschenen gedicht 'Addertje zonder kop' komt een kraanvogelrivier voor.

Het is lastig een label te plakken op het soort werk dat Lauwereyns maakt. Het is vrij heterogeen. Dat zie je terug in het feit dat hij de uiteenlopende vrije versvormen die in zijn werk voorkomen dermate structureel doorvoert, dat je zijn schrijfstijl evengoed vormvaste kwaliteiten kunt toeschrijven. Ook voldoet zijn bundel niet aan het algemene idee van wat poëzie is, want Lauwereyns' poëzie is vol van prozaïsche en theatrale elementen. En ondanks dat hij voortdurend de genregrenzen overschrijdt, dicht hij net als de dichters van ooit geschiedenissen, verhalen, mythen.

Parabel

De gedichten 'Parabel voorbij de regenboog' en 'De beharing' hebben zo'n mythisch karakter. Beide zijn hermetischer dan het gedicht 'Rondom de boom'. Dat hermetische geeft de teksten bovendien een epische kwaliteit. In de parabel, een lang gedicht bestaande uit distichons (tweeregelige strofen) gaat het er als volgt aan toe:

De terugkeer, slokdarm, regenboog
Naar spraakvermogen

Sprak van echte limieten
Ware asymptoten in het riet

Een van ons lag dood
De ander leefde van lever en nieren

Jij, zachte wiskunde, die mij bent
Ik, rafelige biologie, die jou vorm [sic]

Hielden en houden met hart en ziel van mij
En ik van ons, en van jou, en van jullie

Alles of niets, zwart op wit, van nu tot wij
De dood weer leven geven

De heterogeniteit van Lauwereyns' gedichten en variëteit van de toegankelijkheid stelt de definitie van moderne poëzie ter discussie en onderstreept het experiment dat eraan ten grondslag ligt. Het veertien bladzijden lange gedicht 'Addertje zonder kop' lijkt dankzij zijn dialogische karakter die discussie expliciet aan te gaan. In een geestige woordenwisseling rondom een onthoofd addertje wordt onder meer de lezer uitgedaagd om de poëticale vraag in het gedicht te beantwoorden.


Misschien was het een kraai  

Een kraai

Kraai

Een kraai, denk ik

Een mens was het niet

Is het dan bloed

Zekere dag in de tuin, een koploos addertje

Is het een gedicht

Een kraai

Kraai

Een kraai, denk ik

Zekere dag in de tuin, addertje zonder kop

Is het een gedicht






Gepubliceerd op 8WEEKLY