Posts tonen met het label Argentinië. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Argentinië. Alle posts tonen

zondag 20 november 2011

Jorge Luis Borges - Alle gedichten


Elk ogenblik laat de waterklok de laatste druppel vallen


Nadat Jorge Luis Borges met zijn proza mondiale bekendheid verwierf,  schreef hij voornamelijk nog poëzie. Met Alle gedichten is eindelijk zijn gehele dichtwerk voor Nederlandse lezers ontsloten.

Hoewel al eerder gedichten van hem in het Nederlands gepubliceerd werden, is de vader van de Latijns-Amerikaanse letteren bij ons vooral bekend van zijn korte verhalen. Met name De Aleph kreeg een iconische status.

Nergens omtrek
Foto: Maria Kodama
Foto: Maria Kodama
De kortste wijze om Borges en zijn literatuur te beschrijven is door Klein requiem van Frank Koenegracht te citeren:


Borges was blind
en leefde in een bol
met overal middelpunt
en nergens omtrek
ver van allen
die vandaag de dag
de aarde bevolken
en haar vermoeien.

Hoewel Koenegracht zich in de eerste regel vergist, Borges stierf blind, introduceerde de Argentijn een mythische literatuur, waarin bijvoorbeeld in een kelder een bol (de Aleph) bestaat zoals door Koenegracht wordt beschreven. Of waarin een gedroomde dromer iemand tot leven droomt. Terugkerende thema's zijn de onwerkelijkheid van de materiële wereld – die immers maar een subjectieve aanname is – en de broosheid van persoonlijke identiteit. Identiteit is bij Borges inwisselbaar: een mens kan alle mensen zijn en vice versa. Sterker nog, identiteit kan evengoed een ordinaire gril zijn van een kosmische intelligentie.

Borges' poëtica is door de jaren niet constant geweest. In zijn vroege, modernistische periode wilde hij van gedichten levende of organische gehelen maken. Metaforiek was daarbij heel belangrijk. Iedere regel moest bovendien een volmaakte synthese bevatten van gewaarwordingen, een spirituele wereld of een staat van bewustzijn. Vanaf de jaren zestig waren zijn schrijversdoelen voor onze tijd ouderwetser. Volgens de sterk psychologisch getinte Borgesbiografie van Edwin Williamson probeerde hij in zijn gedichten de herinnering aan daden van de helden levend houden en het voorbijgaan van de tijd betreuren. Eind jaren zestig geeft hij in zijn voorwoord tot de bundel Lof van de schaduw (1969) aan geen (literaire) esthetica's aan te hangen.

(Geen) intellectueel (taalgebruik)
Toch is de invloed van die poëtica's in Borges' werk zichtbaar. Waar de dichter in zijn eerste drie bundels vooral een haast persoonlijke romantische urgentie aan de dag legt, kom je vanaf de De maker (1960), Borges vierde bundel, overwegend historisch-literair gerichte gedichten tegen. De romantiek dient nu de epische inhoud: het lot van Carthago en Odysseus regelmatig bezongen, maar ook zijn familiegeschiedenis komt veelvuldig aan de orde. Vanaf De diepe roos (1975), zijn negende, tot aan zijn dertiende bundel De eedgenoten (1985) bevat zijn poëzie een steeds grotere existentiële urgentie. De dood, het verlies, de eenzaamheid, ze dringen zich onherroepelijk aan je op.

Een constante in de 414 gedichten is de intellectuele thematiek: het maakt de gedichten sterk verhalend en essayistisch. Ook is de 'persoon Borges' (hoe we die ook interpreteren) markant aanwezig, zoals in zijn angst voor spiegels en zijn fascinatie voor boeken, bibliotheken, dolken en tijgers. Sommige gedichten zijn vormvaster dan andere, het taalgebruik van Borges blijft echter gelijk. Dat is mogelijk debet aan zijn redigeerdrift, zijn de vroege werk nam hij voor zijn Obras completas / Poesía completa grondig onder handen. Dat taalgebruik is overigens opvallend weinig intellectueel: het is alledaags en zeer muzikaal.

Waar zijn de honden?
De vertalers van Alle gedichten, Barber van der Pol en Maarten Steenmeijer en hun redacteur W. Hansen, hebben de gedichten zorgvuldig vertaald met het oog op vormbehoud. Enkele vertaalkwesties daargelaten (archaïsch taalgebruik als 'ochtendstond' en 'vermetel'; soms ongenuanceerde omzettingen als in 'Recoleta' van sombra (schaduw) naar 'duisternis' en omissies, bijvoorbeeld in het gedicht 'Een Saks (449 A.D.)' waar het woord 'honden' moet zijn weggelopen), is deze vertalingswijze goed gelukt: de vorm is behouden.

Deze formalistische vertaling maakt dat het postmoderne essayistische en verhalende karakter van de gedichten meer voorop komt te staan dan in hun originelen. Wat de vraag oproept of een dergelijk formalistische benadering wel zo wenselijk is wanneer poëticaliteit erdoor naar de achtergrond neigt - ondanks dat vorm vrij kenmerkend is van Borges' poëzie. Voor de lezers die geen Spaans lezen, is het haast alsof ze iemand een ritme zien tikken op een tafelblad: de melodie moeten ze er zelf bij bedenken. Terwijl dat voor de dichter nou juist zo belangrijk was. Als hij in 1967 tijdens zijn collegereeks This craft of verse aan Harvard 'muzikaliteit' tegenover 'betekenis' plaatst, stelt hij: 'what is important is a certain music, a certain way of saying things'.

Hart ophalen
Het neemt niet weg dat in Alle gedichten een groot aantal onwrikbaar sterke verzen staan en Borgesliefhebbers zullen hun hart kunnen ophalen. Bijvoorbeeld met het meest afsluitende gedicht van de bundel:

DOOMSDAY

Het zal zijn als de bazuin weerklinkt, zoals Johannes de
Theoloog schrijft.
Het was in 1757, volgens getuigenis van Swedenborg.
Het was in Israël, toen de wolvin het vlees van Christus aan het
kruis sloeg, maar niet alleen toen.
Het gebeurt bij elke hartslag van je bloed.
Er is geen ogenblik dat niet de krater van de Hel kan zijn.
Er is geen ogenblik dat niet het water van het Paradijs kan zijn.
Er is geen ogenblik dat niet geladen als een wapen is.
Elk ogenblik kun jij Kain of Siddharta zijn, het masker of het
gezicht.
Elk ogenblik kan Helena van Troje jou haar geliefde openbaren.
Elk ogenblik kan de haan driemaal hebben gekraaid.
Elk ogenblik laat de waterklok de laatste druppel vallen.

Gepubliceerd op 8WEEKLY

donderdag 13 oktober 2011

Alberto Manguel - De kunst van het lezen


Lezen is herbepalen

De Argentijnse literator Alberto Manguel is de dikbuikige burgervader van de echte lezer.  In de geëngageerde essaybundel De kunst van het lezen blijft letter noch lezer onbesproken.

Dit is dan ook niet zijn eerste boek waarin de lezer een belangrijke rol speelt. De titels suggereren het al: Een geschiedenis van het lezen (1999), Dagboek van een lezer (2004), De bibliotheek bij nacht. De liefde voor boeken en de kunst van het verzamelen (2007) en Stad van woorden (2008)De ene publicatie heeft een sterkere samenhang dan de andere, maar zelden gaat Manguel in zijn stukken rechtstreeks op zijn doel af, uitwaaierend naar en soms verdwijnend in anekdotes en opmerkelijke boekenfeiten. Soms lijkt dat bij Manguel oppervlakkigheid te verhullen, maar meestal zijn de soepel geschreven essays goed doorwrocht.

Lezen en andere onderwerpen
Wel loopt door De kunst van het lezen de ragfijne rode draad van verwijzingen naar Alice in Wonderland in de vorm van verwijzingen, motto's en etsen, en door de konijnenholen en de gekke hoedenmakers ontstaat zo enige coherentie. Een deel van de essays heeft het lezen expliciet als onderwerp. Die stukken gaan over het verschil tussen navolgend en nadenkend lezen, betreffen de overeenkomsten tussen tuinen en teksten en roemen de erotische kwaliteit van lezen, het opgaan in de tekst en innerlijke transformaties daardoor. In een ander essay somt Manguel bladzijden achtereen definities van ideale lezers op, zoals: 'De ideale lezers reconstrueren een verhaal niet, ze re-creëren het' (wat een actieve manier van lezen suggereert), 'de ideale lezer interesseert zich niet voor het werk van Bret Easton Ellis' (wat van een zekere smaak getuigt) en 'de ideale lezer ervaart elke grap als nieuw' (iets wat je mindfulnessdocent ook graag van je zou zien).

Maar Manguel heeft zich ook gebogen over de epiek van Homerus, Dantes Goddelijke komedie, Cervantes' De vernuftige edelman Don Quichot van La Mancha, homoliteratuur en over Borges, die hij persoonlijk kende. Ook richt de auteur zich op de verschillen tussen digitale en analoge teksten, op de laatste woorden van Che Guevarra, de Vuile oorlog in Argentinië en op Vargas Llosa's - Nobelprijswinnaar 2010 nota bene - twijfelachtige excuus voor het generaal pardon van 1990 voor  Argentijnse oorlogsmisdadigers.

Nineve

'Pinochet, die de Don Quichot verbood omdat hij vond dat het aanzette tot burgerlijke ongehoorzaamheid, was de ideale lezer van dat boek' aldus Manguel. Een gebrek aan engagement kun je hem niet verwijten. Zo neemt hij in de parabel 'Jona en de walvis' de handschoen op voor de in zwaar weer rakende creatieve sector. Jona is bij Manguel niet zozeer een profeet, maar een kunstenaar. Als God hem opdraagt de stad Nineve tot berouw te brengen, weigert Jona omdat de inwoners het voor hem als kunstenaar al een eer vinden als hij onder de sterren mag slapen. In Nineve moet alles direct commerciële waarde opleveren, iets wat niet per definitie geldt voor kunst. Omdat Jona liever ziet dat God de stad straft, vlucht hij. Tijdens een storm wordt hij door een walvis opgeslokt en op het strand uitgeworpen, waarop hij uiteindelijk toch maar aan het bevel gehoor geeft.

Wie de parabel geëngageerd leest, ziet dat Nederland in toenemende mate te vergelijken is met Nineve. Nadat duidelijk werd dat er lukraak 200 miljoen euro bezuinigd zou worden op cultuur (percentueel de helft meer dan bij andere sectoren), werd staatssecretaris Zijlstra mokkend van voorstelling naar voorstelling gesleept door een leger wanhopige hoogwaardigheidsbekleders die wilden redden wat er te redden viel. Zo zag ik hem bij Scapino's premiere van Songs for Drella onderuitgezakt zitten naast burgemeester Aboutaleb – die aan het einde van de avond gesloopt moet zijn geweest omdat er aan een dood paard niet te trekken valt.

Lezen is herbepalen

Nederland kan wat leren van Manguels parabel. Volgens Manguel zijn kunstenaars net als Jona, profeten. Niet alleen als het om de inhoud gaat, ook qua vorm en stijl zijn ze voortrekkers van anderen die geldelijk vaak succesvoller zijn dan zij – bijvoorbeeld grafici en ontwerpers, denk in het Nederlandse kader aan het wereldberoemde 'Dutch Design'. Wie kunst veronachtzaamd, morrelt aan de onderste steen van de creatieve sector. Een ommekeer, om een groot woord te gebruiken, is nodig.

Manguels essaybundel is interessant maar soms iets te stimulerend: voor je het weet sla je Flauberts Madame Bovary open of raak je verzeild in een kort verhaal van de borgesiaan Julio Cortázar. Dat mag de boodschap van het boek niet drukken: De kunst van het lezen kan een eyeopener zijn: wie lezen slechts als escapisme ziet of een naar binnen gekeerde activiteit merkt dat hij zichzelf tekort heeft gedaan. Manguel toont aan dat lezen denken is, zelfontwikkeling, verrijking en een herbepaling van je plek in de wereld.

Gepubliceerd op 8WEEKLY